Advies versterking eigen vermogen mkb van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap

Voor duurzame groei zijn investeringen cruciaal, maar het investeringsvermogen van het Nederlandse mkb is al jaren te laag. Structurele knelpunten op het gebied van mkb-financiering blijven een belemmerende factor. Dit is het moment voor structurele verbeteringen, zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde. Dit schrijft het Nederlands Comité voor Ondernemerschap in een Comitéadvies. Het Nederlands Comité voor Ondernemerschap neemt het initiatief voor een nieuw privaat fonds ter versterking van het eigen vermogen. Het Comité richt zich op het brede mkb met een financieringsbehoefte waarin de markt nog niet of onvoldoende voorziet. De komende tijd wordt dit initiatief verder uitgewerkt, in samenwerking met vertegenwoordigers van bedrijven, financiers en overheid. Dit is te lezen in het Comitéadvies.

Lees hier het advies.

Economisch beeld mkb in het tweede kwartaal 2021 iets positiever

Het economisch beeld van het mkb is in het tweede kwartaal van dit jaar in vergelijking met het eerste kwartaal 2021 licht verbeterd. In de mkb-conjunctuurklok van het tweede kwartaal presteren tien van de twaalf indicatoren onder hun langjarige trend, maar tonen wel verbetering. De toename in het aantal vacatures wijst op een herstel in de arbeidsmarkt. Er was er nog steeds sprake van laagconjunctuur voor het mkb. Dit meldt het CBS op basis van de nieuwste stand van de MKB-conjunctuurklok.

 De MKB-conjunctuurklok toont de stand en het verloop van de conjunctuur voor het mkb: het bevat vrijwel alle belangrijke economische informatie die het CBS tijdens de afgelopen periode heeft gepubliceerd over het mkb. In de MKB-conjunctuurklok van het eerste kwartaal van 2020, voor de coronacrisis, presteerden alle twaalf indicatoren nog boven de trend. De maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus hebben sindsdien voor veel indicatoren in de klok grote invloed gehad. In het tweede en derde kwartaal van 2020 stond de klok op het laagste punt. In de kwartalen daarna toont de klok enig herstel voor het mkb, maar is het economisch beeld nog niet volledig hersteld.

Stemmingsindicatoren licht verbeterd

De twaalf conjunctuurindicatoren van het mkb kunnen worden onderverdeeld in zes stemmingsindicatoren (gemeten bij de mkb-ondernemers) en zes reële economische indicatoren zoals omzet en vacatures. Het ondernemersvertrouwen en de verwachte ontwikkeling van het aantal vacatures namen in de tweede kwartaal toe ten opzichte van voorgaand kwartaal. Het financieel vertrouwen, de stemming over de exportontwikkelingen en de verwachtingen over de consumptie bleven positief, maar nog wel onder de trend. De stemming over de economische ontwikkeling was negatiever in het tweede kwartaal ten  opzichte van het voorgaand kwartaal.

Begin tweede kwartaal van 2021 zijn vier van de zes reële indicatoren vergeleken met het eerste kwartaal 2021 verbeterd. Deze indicatoren geven de stand op basis van het afgelopen kwartaal weer. Het aantal vacatures sloeg om van negatief naar positief.  Ook het bbp, aantal faillissementen, en de omzet van het mkb zijn verbeterd ten opzichte van het voorgaand kwartaal. De reële indicatoren gericht op consumptie van duurzame goederen en het volume van de binnenlandse consumptie ontwikkelden zich verder in de negatieve richting.

 

Weinig behoefte aan vreemd vermogen in het midden- en kleinbedrijf

Ondernemers in het mkb met minimaal 5 werkzame personen is in de conjunctuurenquete Nederland van mei 2021 ook gevraagd naar de behoefte aan extern eigen of vreemd vermogen om te voldoen aan betalingsverplichtingen veroorzaakt door de coronacrisis, of voor het doen van investeringen. Het gaat hierbij niet om financiële steunmaatregelen van de overheid tijdens de coronacrisis.

Verreweg de meeste mkb-ondernemers binnen de dienstverlening, industrie en detailhandel (exclusief autohandel) hadden geen behoefte om extern vermogen aan te trekken om aan betalingsverplichtingen veroorzaakt door de coronacrisis te voldoen. De meeste mkb-ondernemers die deze behoefte wel hadden hebben ook daadwerkelijk extern vermogen aangetrokken. Een kleiner deel slaagde hier niet in of heeft nog geen aanvraag gedaan. Vergeleken met de industrie en detailhandel trok het kleinbedrijf binnen de dienstverlening met bijna 12 procent het vaakst extern vermogen aan voor dit doel. Binnen de industrie en detailhandel was dit percentage met 6 procent voor het kleinbedrijf het laagst. Voor alle drie de sectoren geldt dat de behoefte aan extern vermogen voor het kleinbedrijf (5 tot 50 werkzame personen) relatief groter was dan voor het middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen).

Voor het doen van investeringen tijdens de coronaperiode was de behoefte van midden- en kleinbedrijven om extern vermogen aan te trekken groter dan voor het voldoen aan coronacrisis-gerelateerde betalingsverplichtingen. Ook was de behoefte aan extern vermogen groter voor het kleinbedrijf dan voor het middenbedrijf. Binnen de dienstverlening trokken mkb-ondernemers met ruim 14 procent relatief gezien het vaakst extern vermogen aan. Ongeveer 7 procent van de kleinbedrijven in de bedrijfstak industrie gaf aan wel behoefte te hebben aan extern vermogen voor investeringen, maar nog geen aanvraag te hebben gedaan. Voor de detailhandel betrof dit 2,3 procent van het ondernemers binnen het kleinbedrijf.

In het artikel ‘Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf Europees vergeleken’ wordt de economische omvang van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (mkb) vergeleken met het mkb in andere Europese landen.

MKB-conjunctuurklok toegelicht

De conjunctuurklok is verdeeld in vier kwadranten. In de bovenste twee kwadranten staan de indicatoren hoger dan hun trendniveau. In de onderste twee kwadranten staan de indicatoren onder hun trendniveau. De twee kwadranten aan de rechterkant geven een verbetering ten opzichte van het voorgaande kwartaal aan. De twee kwadranten aan de linkerkant een verslechtering. Het meest positieve kwadrant (rechtsboven) wordt aangegeven met een zonnetje en het meest negatieve kwadrant (linksonder) met een regenbui. De tussenliggende kwadranten worden aangegeven met een wolk voor de zon.

De MKB-conjunctuurklok is door het CBS ontwikkeld in het kader van het programma De Staat van het MKB in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. Begin mei 2017 werd de MKB-conjunctuurklok voor het eerst gepubliceerd. De update voor het derde kwartaal van 2021 wordt begin september 2021 verwacht.

Bronnen:

Staat van het MKB – Conjunctuurdashboard

Tabel – Conjunctuurenquête Nederland

Relevante link :

Artikel – Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf Europees vergeleken

Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf Europees vergeleken

Op 27 juni is het de internationale dag van het midden- en kleinbedrijf (mkb). Deze dag is in 2017 door de Verenigde Naties in het leven geroepen om het belang van het mkb voor de wereldeconomie te onderschrijven. Zo is het mkb volgens de Verenigde Naties wereldwijd goed voor ongeveer 70 procent van de werkgelegenheid.

In het kader van deze dag is de economische omvang van het Nederlandse mkb door het CBS vergeleken met andere Europese landen. In de publicatie wordt het aantal bedrijven, het aantal werkzame personen en de omzet en bruto toegevoegde waarde van Nederland naast dat van andere landen gelegd.

Lees de webpublicatie “Nederlandse midden- en kleinbedrijf Europees vergeleken” hier.

Bijna 60 procent goederenexporteurs uit 2017 heeft lagere exportomzet in 2020

Van de ruim 106 duizend in Nederland gevestigde bedrijven, die in 2017 goederen exporteerden, had 58,6 procent in 2020 een lagere exportomzet dan in 2017. Bij 31,3 procent van de exporteurs was de omzet uit export in 2020 wel hoger dan in 2017.

De exportontwikkeling in 2020 heeft zich minder gunstig ontwikkeld dan de twee jaren daarvoor. Het aantal bedrijven met exportgroei is lager en het aantal bedrijven met exportkrimp is groter dan in de twee jaren daarvoor. Dit blijkt uit vandaag verschenen cijfers van het CBS voor De Staat van het MKB.

Meeste exportdaling in de horeca

Het aandeel van bedrijven met afgenomen export was het grootst binnen de horeca, hier had drie kwart van de exporterende bedrijven mee te maken. In de sectoren handel en nijverheid was dit aandeel het kleinst (55 procent). Het aandeel bedrijven dat een groei van de exportwaarde realiseerde in 2020 was in deze twee sectoren – na de landbouw – het grootst.

Meeste goederenexporteurs in het microbedrijf, daar ook relatief de meeste bedrijven met exportdaling

Van de 106 duizend bedrijven die in 2017 goederen exporteerden, behoorde 79 procent tot het microbedrijf (minder dan 10 werkzame personen), 15 procent tot de groep 10-49 werkzame personen, 4,7 procent tot het middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen) en 1,2 procent tot het grootbedrijf (vanaf 250 werkzame personen). Zowel in het midden- als in het grootbedrijf zag ongeveer 40 procent van het aantal bedrijven zijn omzet uit goederenexport in 2020 groeien vergeleken met 2017. Bij het microbedrijf was dit bij 28 procent van het aantal bedrijven het geval. Bij het microbedrijf daalde bij 6 op de 10 de omzet uit export. Dat was beduidend meer dan bij de overige bedrijfsgroottes binnen het MKB (ongeveer 52 procent). Bij het grootbedrijf had 56 procent van de bedrijven te maken met een exportdaling.

Negentien duizend nieuwe exporteurs erbij

Van de bedrijven die in 2017 bestonden maar in dat jaar nog niet exporteerden, waren er in 2020 19 duizend wel actief in de export van goederen. De meeste “nieuwe” exporteurs kwamen uit de handel (6590),  specialistische zakelijke diensten (3010), nijverheid (1920) en informatie en communicatie (1510).

 

Bron: Exporteurs en exportontwikkeling in goederen; bedrijfsgrootte, bedrijfstak

Investeringen in materiële vaste activa in 2019

In 2019 investeerde het mkb ruim 34 miljard euro in materiële vaste activa. Dit is 52 procent van de 65,5 miljard euro aan totale investeringen binnen het niet-financiële bedrijfsleven. De overige 31 miljard euro kwam voor rekening van het grootbedrijf. Het middenbedrijf was met 17,8 miljard euro goed voor een kleine meerderheid van de mkb-investeringen en het kleinbedrijf investeerde 16,5 miljard euro.

In 2018 investeerde het mkb 56,7 miljard euro. Hiervan werd 16,9 miljard euro geïnvesteerd door het middenbedrijf. Het kleinbedrijf investeerde 14,7 miljard euro.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op de Staat van het MKB.

Bekijk de cijfers over investeringen in het mkb.

 

Briefadvies van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap

Versterk het fundament voor ondernemerschap. Dat is de oproep van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. Nu is het moment aangebroken voor grote veranderingen in het ondernemersklimaat. Voor samenhang en slagkracht is een nationaal programma nodig, met oog voor de (menselijke) maat van het mkb. Dit adviseert het Nederlands Comité voor Ondernemerschap in een briefadvies.

Lees hier het advies.

Behoefte mkb aan nieuwe externe financiering blijft op hetzelfde niveau

Tussen juli 2019 en juli 2020 had 22 procent van alle mkb-bedrijven behoefte aan nieuwe externe financiering. Zowel dit aandeel als de slaagkans van een financieringsaanvraag waren vergelijkbaar met een jaar eerder. Het bedrag van de aanvraag was evenwel een stuk lager. Vier op de vijf bedrijven die daadwerkelijk een aanvraag deden, kregen de financiering (deels) toegekend. Bij ruim 17 procent van de bedrijven die in deze periode een financiering kregen toegekend, was deze bedoeld voor overbrugging van een moeilijke periode vanwege het coronavirus. Dat meldt het CBS in de derde editie van de Financieringsmonitor. In dit bericht blijft het gebruik van financiële coronaregelingen van de overheid buiten beschouwing.

Voor dit onderzoek is een enquête gehouden onder bedrijven met 2 tot 250 werkzame personen in de business economy1 over nieuwe externe financiering2 in de periode juli 2019 tot juli 2020. Van deze bedrijven ervoer 57 procent belemmeringen in hun bedrijfsvoering vanwege het coronavirus. In die groep had 29 procent behoefte aan nieuwe externe financiering. Cijfers over de financieringsbehoefte vanaf juli 2020 zijn nog niet beschikbaar.

Van de bedrijven met een financieringsbehoefte verkende 80 procent de mogelijkheden, voor 8 procent van de bedrijven waren de financieringsmogelijkheden al bekend. Van al deze bedrijven deed 59 procent daadwerkelijk een financieringsaanvraag. Daarvan was 79 procent succesvol. Dit betekent dat 23,8 duizend bedrijven het aangevraagde bedrag geheel of ten dele kregen.

Onroerend goed en overbrugging coronavirus belangrijkste financieringsdoelen

Van de bedrijven met een (deels) succesvolle aanvraag wilde één op de vijf onroerend goed financieren. Van de succesvolle financieringsaanvragen in de periode juli 2019­–juli 2020 was 17 procent gericht op het overbruggen van een moeilijke periode vanwege het coronavirus. Met name in de handel, vervoer en horeca was dit een veel voorkomend financieringsdoel. Tegelijkertijd is het coronavirus voor sommige bedrijven juist aanleiding om af te zien van nieuwe externe financiering. Vanwege de onzekerheid rondom het coronavirus lijkt het erop dat bedrijven huiverig zijn om nieuwe verplichtingen aan te gaan of mogelijk denken de financiering niet rond te krijgen. Belemmeringen als gevolg van het coronavirus spelen overigens pas vanaf 2020. Bij 15 procent van de geslaagde aanvragen was bedrijfsuitbreiding het financieringsdoel. Dit speelt vooral bij middenbedrijf en grootbedrijf.

Bedrijven zoeken lager financieringsbedrag

Het doorsnee bedrag aan nieuwe externe financiering dat mkb-bedrijven aanvroegen, was 100 duizend euro, dat is duidelijk lager dan in de periode van juli 2018 tot juli 2019. Dat bedrag was toen 173 duizend euro. Doorsnee wil zeggen dat de helft van de bedrijven een lager bedrag zocht en de andere helft een hoger bedrag. Deze afname wordt veroorzaakt door microbedrijven3. Het bedrag dat zij zochten is gehalveerd.

Gemiddelde slaagkans laagst bij ICT-sector

De slaagkans voor een financieringsaanvraag hangt samen met de omvang en de leeftijd van een bedrijf. Zo was de slaagkans in het microbedrijf 77 procent, en dit loopt op tot 88 procent voor het middenbedrijf. In de ICT-sector had slechts 55 procent van de bedrijven een (deels) succesvolle financieringsaanvraag. Bedrijven in ICT of zakelijke dienstverlening kunnen financiers minder onderpand bieden dan bijvoorbeeld bouw- of onroerend goedbedrijven. Oudere bedrijven hebben meestal een reputatie en middelen opgebouwd, waardoor het verstrekken van financiering minder risicovol is.

De Financieringsmonitor

De Financieringsmonitor wordt bekostigd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het doel van de monitor is om een overzichtelijk beeld te geven van de Nederlandse markt voor nieuwe externe financiering van bedrijven in het midden- en kleinbedrijf. Daarvoor zijn bedrijven geënquêteerd over hun zoektocht naar financiering en wordt een schets gegeven van recente ontwikkelingen op de Nederlandse externe financieringsmarkt. In deze derde editie van de Financieringsmonitor is ook stilgestaan bij de gevolgen van het coronavirus voor bedrijven, en in het bijzonder voor de externe financiering.

De Financieringsmonitor bestaat uit drie onderdelen. De voornaamste uitkomsten worden beschreven in het onderzoeksrapport. Het dashboard geeft op interactieve wijze meer detailinformatie. Ten slotte worden de analysedata die voortkomen uit de monitor beschikbaar gesteld aan gebruikers van de microdatafaciliteit van het CBS. Deze gebruikers kunnen onder strenge voorwaarden toegang krijgen tot gepseudonimiseerde gegevens op persoons- of bedrijfsniveau. Zo kunnen ook anderen onderzoek doen naar de financierbaarheid van het midden- en kleinbedrijf.

Toelichting

1)      Business economy

De term business economy wordt internationaal het meest gebruikt om het mkb af te bakenen. De business economy telt de overheidssector niet mee. Ook de agrarische sector, financiële dienstverlening, onderwijs, zorg, cultuur, sport en recreatie, belangen- en hobby-verenigingen en overige persoonlijke dienstverlening worden niet tot de business economy gerekend.

Midden- en kleinbedrijf (mkb)

Tot het mkb behoren ondernemingen met minder dan 250 werkzame personen. In de Financieringsmonitor wordt ook een ondergrens gehanteerd van 2 werkzame personen. Binnen het mkb wordt een onderverdeling gemaakt naar drie onderliggende grootteklassen: het microbedrijf (2 tot 10 werkzame personen), kleinbedrijf (10 tot 50 werkzame personen) en middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen).

2)      Financiering

Het gaat hierbij om vreemd vermogen of om eigen vermogen dat buiten het bedrijf, of buiten het eigen geld van de ondernemer, wordt gezocht.

3)      Omdat het microbedrijf ruim vier vijfde van het mkb in de business economy beslaat, zijn de resultaten in de monitor sterk beïnvloed door de uitkomsten voor deze grootteklasse.

Bronnen

Rapport Financieringsmonitor 2020

Dashboard Financieringsmonitor 2020

Relevante links

Nieuwsbericht

Vragen en antwoorden coronacrisis

Microdatafaciliteit CBS 

 

 

Interviews met mkb-ondernemers

Op 16 december is het Jaarbericht Staat van het MKB 2020 door het Comité voor Ondernemerschap overhandigd aan staatssecretaris Mona Keijzer. In dit Jaarbericht is naast de ontwikkelingen op macroniveau ook aandacht voor de individuele ondernemer. 

Hieronder staan links naar de interviews met ondernemers uit verschillende branches.