Behoefte mkb aan nieuwe externe financiering blijft op hetzelfde niveau

Tussen juli 2019 en juli 2020 had 22 procent van alle mkb-bedrijven behoefte aan nieuwe externe financiering. Zowel dit aandeel als de slaagkans van een financieringsaanvraag waren vergelijkbaar met een jaar eerder. Het bedrag van de aanvraag was evenwel een stuk lager. Vier op de vijf bedrijven die daadwerkelijk een aanvraag deden, kregen de financiering (deels) toegekend. Bij ruim 17 procent van de bedrijven die in deze periode een financiering kregen toegekend, was deze bedoeld voor overbrugging van een moeilijke periode vanwege het coronavirus. Dat meldt het CBS in de derde editie van de Financieringsmonitor. In dit bericht blijft het gebruik van financiële coronaregelingen van de overheid buiten beschouwing.

Voor dit onderzoek is een enquête gehouden onder bedrijven met 2 tot 250 werkzame personen in de business economy1 over nieuwe externe financiering2 in de periode juli 2019 tot juli 2020. Van deze bedrijven ervoer 57 procent belemmeringen in hun bedrijfsvoering vanwege het coronavirus. In die groep had 29 procent behoefte aan nieuwe externe financiering. Cijfers over de financieringsbehoefte vanaf juli 2020 zijn nog niet beschikbaar.

Van de bedrijven met een financieringsbehoefte verkende 80 procent de mogelijkheden, voor 8 procent van de bedrijven waren de financieringsmogelijkheden al bekend. Van al deze bedrijven deed 59 procent daadwerkelijk een financieringsaanvraag. Daarvan was 79 procent succesvol. Dit betekent dat 23,8 duizend bedrijven het aangevraagde bedrag geheel of ten dele kregen.

Onroerend goed en overbrugging coronavirus belangrijkste financieringsdoelen

Van de bedrijven met een (deels) succesvolle aanvraag wilde één op de vijf onroerend goed financieren. Van de succesvolle financieringsaanvragen in de periode juli 2019­–juli 2020 was 17 procent gericht op het overbruggen van een moeilijke periode vanwege het coronavirus. Met name in de handel, vervoer en horeca was dit een veel voorkomend financieringsdoel. Tegelijkertijd is het coronavirus voor sommige bedrijven juist aanleiding om af te zien van nieuwe externe financiering. Vanwege de onzekerheid rondom het coronavirus lijkt het erop dat bedrijven huiverig zijn om nieuwe verplichtingen aan te gaan of mogelijk denken de financiering niet rond te krijgen. Belemmeringen als gevolg van het coronavirus spelen overigens pas vanaf 2020. Bij 15 procent van de geslaagde aanvragen was bedrijfsuitbreiding het financieringsdoel. Dit speelt vooral bij middenbedrijf en grootbedrijf.

Bedrijven zoeken lager financieringsbedrag

Het doorsnee bedrag aan nieuwe externe financiering dat mkb-bedrijven aanvroegen, was 100 duizend euro, dat is duidelijk lager dan in de periode van juli 2018 tot juli 2019. Dat bedrag was toen 173 duizend euro. Doorsnee wil zeggen dat de helft van de bedrijven een lager bedrag zocht en de andere helft een hoger bedrag. Deze afname wordt veroorzaakt door microbedrijven3. Het bedrag dat zij zochten is gehalveerd.

Gemiddelde slaagkans laagst bij ICT-sector

De slaagkans voor een financieringsaanvraag hangt samen met de omvang en de leeftijd van een bedrijf. Zo was de slaagkans in het microbedrijf 77 procent, en dit loopt op tot 88 procent voor het middenbedrijf. In de ICT-sector had slechts 55 procent van de bedrijven een (deels) succesvolle financieringsaanvraag. Bedrijven in ICT of zakelijke dienstverlening kunnen financiers minder onderpand bieden dan bijvoorbeeld bouw- of onroerend goedbedrijven. Oudere bedrijven hebben meestal een reputatie en middelen opgebouwd, waardoor het verstrekken van financiering minder risicovol is.

De Financieringsmonitor

De Financieringsmonitor wordt bekostigd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het doel van de monitor is om een overzichtelijk beeld te geven van de Nederlandse markt voor nieuwe externe financiering van bedrijven in het midden- en kleinbedrijf. Daarvoor zijn bedrijven geënquêteerd over hun zoektocht naar financiering en wordt een schets gegeven van recente ontwikkelingen op de Nederlandse externe financieringsmarkt. In deze derde editie van de Financieringsmonitor is ook stilgestaan bij de gevolgen van het coronavirus voor bedrijven, en in het bijzonder voor de externe financiering.

De Financieringsmonitor bestaat uit drie onderdelen. De voornaamste uitkomsten worden beschreven in het onderzoeksrapport. Het dashboard geeft op interactieve wijze meer detailinformatie. Ten slotte worden de analysedata die voortkomen uit de monitor beschikbaar gesteld aan gebruikers van de microdatafaciliteit van het CBS. Deze gebruikers kunnen onder strenge voorwaarden toegang krijgen tot gepseudonimiseerde gegevens op persoons- of bedrijfsniveau. Zo kunnen ook anderen onderzoek doen naar de financierbaarheid van het midden- en kleinbedrijf.

Toelichting

1)      Business economy

De term business economy wordt internationaal het meest gebruikt om het mkb af te bakenen. De business economy telt de overheidssector niet mee. Ook de agrarische sector, financiële dienstverlening, onderwijs, zorg, cultuur, sport en recreatie, belangen- en hobby-verenigingen en overige persoonlijke dienstverlening worden niet tot de business economy gerekend.

Midden- en kleinbedrijf (mkb)

Tot het mkb behoren ondernemingen met minder dan 250 werkzame personen. In de Financieringsmonitor wordt ook een ondergrens gehanteerd van 2 werkzame personen. Binnen het mkb wordt een onderverdeling gemaakt naar drie onderliggende grootteklassen: het microbedrijf (2 tot 10 werkzame personen), kleinbedrijf (10 tot 50 werkzame personen) en middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen).

2)      Financiering

Het gaat hierbij om vreemd vermogen of om eigen vermogen dat buiten het bedrijf, of buiten het eigen geld van de ondernemer, wordt gezocht.

3)      Omdat het microbedrijf ruim vier vijfde van het mkb in de business economy beslaat, zijn de resultaten in de monitor sterk beïnvloed door de uitkomsten voor deze grootteklasse.

Bronnen

Rapport Financieringsmonitor 2020

Dashboard Financieringsmonitor 2020

Relevante links

Nieuwsbericht

Vragen en antwoorden coronacrisis

Microdatafaciliteit CBS 

 

 

Recordaantal opheffingen en oprichtingen in het MKB in 2020

In 2020 zijn er ruim 208 duizend bedrijven opgericht. Hiermee is het recordaantal opgerichte bedrijven (sinds het begin van de meetmethode in 2007) van 2019 verbroken. Toen waren er ruim 207 duizend oprichtingen. Tegenover het hoogste aantal oprichtingen staat ook het hoogste aantal opheffingen. Voor lange tijd vonden de meeste opheffingen plaats in 2012 (ongeveer 127 duizend). Met ruim 140 duizend opheffingen zijn dit er voor het eerst sinds 2012 nu meer. Alle oprichtingen en opheffingen betroffen MKB-bedrijven. Dit meldt het CBS in de Staat van het MKB.

Grootste toename oprichtingen binnen detailhandel

In 2020 werden er fors meer detailhandelsbedrijven opgericht dan in 2019, ruim 7 duizend meer. Dit betrof met name webwinkels. Binnen de meeste bedrijfstakken werden juist minder bedrijven werden opgericht; in zowel de bouwnijverheid als de gezondheids- en welzijnszorg zelfs zo’n 1000 bedrijven minder. Ook bedrijfstakken waar het aantal oprichtingen veel lager ligt laten forse afnames zien. Zo werden er bijna de helft minder waterbedrijven en afvalbeheerbedrijven opgericht en ongeveer 29 procent minder bedrijven binnen de tak openbaar bestuur en overheidsdiensten.

Hoogste aantal opheffingen ooit in 2020

In 2020 werden ruim 140 duizend bedrijven opgeheven. Dit zijn ruim 25 duizend opheffingen meer dan in 2019 en bovendien het hoogste aantal opheffingen sinds het begin van de meetmethode in 2007. Bijna de helft van deze toename valt te wijten aan een stijging van het aantal opheffingen binnen de sector specialistische zakelijke diensten. Ook binnen de handelssector en de informatie- en communicatiesector nam het aantal opheffingen ten opzichte van 2019 toe. De meeste bedrijven werden opgeheven in de sector specialistische zakelijke diensten (24%) en de handelssector (16%).

Oprichtingen en opheffingen met name bedrijven met één werkzaam persoon

In 2020 betrof 92 procent van de oprichtingen een bedrijf met één werkzaam persoon. De overige oprichtingen waren bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen. Ook de opheffingen betroffen met name bedrijven met 1 werkzaam persoon (bijna 89 procent). Ruim 10 procent betrof bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen en minder dan 1 procent betrof bedrijven met 10 tot 250 werkzame personen.

Bekijk hier de cijfers over oprichtingen en opheffingen.

ICT-incidenten in het MKB, 2019

In 2019 kreeg 30 procent van de bedrijven met 2 tot 250 werkzame personen te maken met een ICT-veiligheidsincident. ICT-veiligheidsincidenten betreffen zowel onbedoelde incidenten als incidenten door een aanval van kwaadwillenden. Bij 7 procent van de bedrijven betroffen één of meerdere ICT-veiligheidsincidenten een aanval van buitenaf. Bovengenoemde percentages geven geen verandering weer ten opzichte van 2018. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van voorlopige cijfers op de Staat van het MKB.

Middenbedrijven (50 tot 250 werkzame personen) kregen in 2019 relatief gezien het vaakst te maken met ICT-veiligheidsincidenten. Wel lag het aandeel lager dan in 2018. Voor minder dan de helft van de middenbedrijven die te maken hadden met een ICT-incident waren hier kosten aan verbonden. Binnen het microbedrijf (2 tot 10 werkzame personen) vonden de minste ICT-veiligheidsincidenten plaats.

Bij 12 procent van de middenbedrijven is in 2019 een ICT-incident voorgevallen dat veroorzaakt werd door een aanval van buitenaf. Het aandeel van het microbedrijf lag hier een stuk lager: 6 procent van de microbedrijven (2 tot 10 werkzame personen) stuitte op een incident veroorzaakt door een aanval van buitenaf. Voor het kleinbedrijf (10 tot 50 werkzame personen) lag dit aandeel op negen procent.

Uitval ICT-dienst meest voorkomende ICT-incident

In 2019 was veruit het meest voorkomende ICT-veiligheidsincident de uitval van een ICT-dienst door bijvoorbeeld een storing in hardware of software. Dit kwam bij 27 procent van de MKB-bedrijven voor. Voor bijna één derde van MKB-bedrijven die hiermee te maken had, waren hier kosten aan verbonden.

De overige ICT-veiligheidsincidenten komen een stuk minder vaak voor. Een aanval van buitenaf leidde bij 5 procent van de MKB-bedrijven tot uitval van een ICT-dienst en in 2 procent van de gevallen tot vernietiging van data. Overige oorzaken zijn vernietiging van data door bijvoorbeeld een storing (4 procent) en onthulling van gegevens door een ICT-inbraak (2 procent) of een intern incident (2 procent).

Bekijk hier de cijfers over ICT-incidenten in het MKB.

Historisch laag aantal faillissementen in het MKB, vierde kwartaal 2020

Sinds 2011 waren er niet eerder zo weinig faillissementen als in het vierde kwartaal 2020. In totaal werden er 472 bedrijven in het MKB failliet verklaard, dat zijn 301 faillissementen minder dan in dezelfde periode vorig jaar (-40%). Het merendeel van de faillissementen betrof een bedrijf met één werkzaam persoon (252 faillissementen), gevolgd door bedrijven met twee tot tien werkzame personen (180 werkzame personen). Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op de Staat van het MKB.

Het aantal faillissementen in het vierde kwartaal was in de laatste 10 jaar niet eerder zo laag. In het vierde kwartaal van 2013 gingen de meeste MKB-bedrijven failliet, namelijk 1 803. In de jaren daarop daalde het aantal faillissementen gestaag tot 686 in het vierde kwartaal van 2017. Na een stijging in 2018 en 2019 zakt het aantal faillissementen in het vierde kwartaal 2020 tot het laagste aantal sinds 2011.

Meeste faillissementen in de handel

De meeste faillissementen (106) vielen in de handel. In dezelfde periode vorig jaar, het vierde kwartaal 2019, waren er in deze bedrijfstak bijna twee keer zoveel faillissementen, namelijk 210. Waar het aandeel in het totaal aantal faillissementen toen 27 procent was, is dit in het vierde kwartaal van 2020 nog 22 procent. Dit komt doordat het totaal aantal faillissementen minder hard daalde dan het aantal faillissementen in de handel. Van de faillissementen in de handel betrof bijna de helft een bedrijf in de groothandel en handelsbemiddeling (49 faillissementen). De andere helft betrof een bedrijf in de detailhandel (niet in auto’s; 48 faillissementen).

Ook in de bouwnijverheid vielen relatief veel faillissementen. In het vierde kwartaal van 2020 waren dat 100 bouwbedrijven, dat zijn 43 bouwbedrijven minder dan in het vierde kwartaal een jaar eerder.

Sterkste daling in handel en specialistische zakelijke diensten

In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, nam het aantal faillissementen het sterkste af in de handel. Ook in de specialistische zakelijke diensten nam het aantal faillissementen sterk af tot 60 faillissementen in het vierde kwartaal 2020, dat zijn er 47 minder dan een jaar eerder.

In geen enkele branche nam het aantal faillissementen toe.

Bedrijfsleeftijd en betrokken personen

Van de failliet verklaarde bedrijven in het vierde kwartaal van 2020 bestond meer dan 28 procent nog geen drie jaar. Dat waren 134 bedrijven. De gemiddelde leeftijd van het totaal aantal failliet verklaarde bedrijven was bijna 9 jaar.

Bij de 472 faillissementen in het vierde kwartaal 2020 waren 1741 werkzame personen betrokken. Dat is bijna 65 procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar, toen waren er 4901 werkzame personen betrokken bij een faillissement.

Bekijk hier de cijfers over de bedrijfsleeftijdbedrijfstak en bedrijfsgrootte van de failliet verklaarde bedrijven in Nederland.

Wekelijkse faillissementen tot en met week 53 van 2020

In week 53 zijn 32 bedrijven en instellingen (incl. eenmanszaken) failliet verklaard, meldt het CBS. Dat zijn er evenveel als een week eerder, toen werden er ook 32 bedrijven failliet verklaard. Het grootste aantal faillissementen betrof een bedrijf of instelling (incl. eenmanszaken) met 1 werkzaam persoon.

Het CBS brengt tijdens de coronacrisis wekelijks de ontwikkeling van het aantal door rechtbanken uitgesproken faillissementen in beeld. Doorgaans zullen de cijfers op donderdag 12.00 uur gepubliceerd worden. De Staat van het MKB houdt u op de hoogte.

In de 53 weken van 2020 zijn 3212 bedrijven en instellingen (incl. eenmanszaken) failliet verklaard. Dat zijn er 573 minder dan in dezelfde periode van 2019, toen stond de teller op 3785.

Het hoogste aantal faillissementen bij bedrijven met 1 werkzaam persoon

In week 53 van 2020 betrof 53 procent van de faillissementen een bedrijf en instelling (incl. eenmanszaken) met 1 werkzaam persoon. In totaal waren dat 17 faillissementen. Daarnaast waren er 12 faillissementen in de bedrijfsgrootte 2 tot 10 werkzame personen en 1 in de bedrijfsgrootte 10 tot 50 werkzame personen.

Meeste faillissementen in detailhandel

De detailhandel had van alle onderscheiden branches de meeste faillissementen, namelijk 11. Dat zijn er 10 meer dan in week 52. Verder zijn in de groothandel 6 bedrijven failliet gegaan, 1 meer dan in de voorgaande week. In de bouwnijverheid zijn 4 bedrijven failliet gegaan, 3 meer dan in week 52.

Samenvatting week 52

Een week eerder, week 52 van 2020, werden er in totaal 32 faillissementen uitgesproken. Dat zijn 16 faillissementen minder dan een week eerder. Het merendeel (15 faillissementen) betrof een bedrijf en instelling (incl. eenmanszaak) met 1 werkzaam persoon. Verder werden er deze week nog 12 bedrijven en instellingen (incl. eenmanszaken) met 2 tot 10 werkzame personen en 4 met 10 tot 50 werkzame personen failliet verklaard.

In week 52 vonden de meeste faillissementen plaats in de groothandel (5 faillissementen).  

Tussen de aanvraag en het uitspreken van een faillissement kunnen enkele weken zitten. Vanaf week 14 houden de rechtbanken de rekesten (als een andere partij de rechter verzoekt om een bedrijf failliet te laten verklaren) voor ten minste vier weken aan, tenzij er sprake is van spoed. Daarnaast is door het kabinet een noodpakket voor economie en banen opgezet om bedrijven zoveel mogelijk te ondersteunen. De cijfers in dit artikel zijn voorlopig en worden wekelijks bijgesteld.

Bekijk hier de cijfers over wekelijkse faillissementen.

Nieuwe tabel bedrijvendynamiek MKB

Deze maand is er op MKB-StatLine een nieuwe tabel verschenen met cijfers over de bedrijvendynamiek en overleving van bedrijven in het midden- en kleinbedrijf en de werkgelegenheidseffecten daarvan.

In de nieuwe tabel is het mogelijk om de oprichtingen en opheffingen van bedrijven te relateren aan de totale bedrijvenpopulatie. Dit wordt de “Churn rate” genoemd of te wel de verversingsgraad van de bedrijvenpopulatie. Ook wordt de overleving van de pas opgerichte bedrijven in 3 en 5 jaar na oprichting weergegeven. De gegevens zijn beschikbaar vanaf 2011 en kunnen worden uitgesplitst naar bedrijfstakken.

Bekijk de nieuw tabel: Bedrijvendynamiek MKB; overleving, bedrijfstakken (SBI 2008)

16 procent minder bedrijven opgericht in derde kwartaal

In het derde kwartaal van 2020 zijn 16 procent minder bedrijven opgericht dan in het derde kwartaal van 2019. Dat is grootste daling in acht jaar tijd. In de horeca was de afname 35 procent. Er werden wel 47 procent meer webwinkels opgericht. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Het aantal oprichtingen kwam in het derde kwartaal van 2020 uit op 46,0 duizend. Dat is 16 procent minder dan in het derde kwartaal van 2019 (54,6 duizend). In het tweede kwartaal van 2020 was het aantal oprichtingen 4 procent lager dan in 2019. In het eerste kwartaal van 2020 was nog sprake van een toename van het aantal oprichtingen met 13 procent.

Sterke toename nieuwe webwinkels

Behalve in de horeca daalde het aantal bedrijfsoprichtingen ook fors in de sector cultuur, sport en recreatie (34 procent), het onderwijs (31 procent) en de bouw en de gezondheids- en welzijnszorg (elk 24 procent). In de landbouw, bosbouw en visserij groeide het aantal nieuwe bedrijven met 1 procent, in de handel met 20 procent. In de handel waren de oprichtingen vooral webwinkels. In het derde kwartaal van 2020 stegen de webwinkeloprichtingen met 2 060 in vergelijking met 2019, een toename van 47 procent.

Met de sterke groei van het aantal oprichtingen in de handel (van 7,7 duizend tot 9,2 duizend in het derde kwartaal van 2020) is de handel nu voor het eerst de sector met de meeste bedrijfsoprichtingen in Nederland. In de specialistische zakelijke dienstverlening nam het aantal bedrijfsoprichtingen in het derde kwartaal van 2020 af met 2 020, in de bouw met 1 540. Daarna volgen de zorg (1 200 minder oprichtingen), het onderwijs (1 170 minder), cultuur, sport en recreatie (1 045) en de horeca (785).

Veel minder oprichtingen in de reisbranche

In de reisbranche viel het aantal bedrijfsoprichtingen sterk terug in het derde kwartaal van 2020. Het aantal nieuw opgerichte reisbureaus en reisorganisatiebureaus kromp met 46 procent ten opzichte van het derde kwartaal van 2019, het aantal nieuwe reisinformatie- en reserveerbureaus daalde zelfs met 65 procent. Ook in het personenvervoer over de weg daalden de bedrijfsoprichtingen aanzienlijk (61 procent). Daaronder vallen bijvoorbeeld het busvervoer en taxibedrijven.

Binnen de horeca ontstonden 45 procent minder nieuwe cafés en 35 procent minder restaurants en andere eetgelegenheden. In de sportsector daalde het aantal bedrijfsoprichtingen met 44 procent. Daarbinnen nam het aantal nieuwe fitnesscentra af met 33 procent, het aantal bedrijfsoprichtingen in de binnensport daalde met 43 procent.

 

Bekijk de cijfers op MKBStatLine

Recordaantal startende ondernemers in 2018

Het aantal startende ondernemers is in de afgelopen jaren nog niet eerder zo hoog geweest als in 2018.* Het merendeel van de startende ondernemers in 2018 was jonger dan 45 jaar en een man. De bedrijfstak specialistische zakelijke diensten, bestaande uit advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening had de meeste startende ondernemers in 2018. Dat meldt het CBS op de Staat van het MKB.

In 2018 startten maar liefst 176 duizend ondernemers in Nederland een eigen onderneming. In vergelijking met de voorliggende jaren een record aantal. Eerder stond het record aantal op bijna 168 duizend, dat is het aantal startende ondernemers in 2012. In 2013 startten slechts 147 duizend ondernemers een eigen onderneming.

Merendeel startende ondernemers is jonger dan 45 jaar

Maar liefst 72 procent van de startende ondernemers in 2018 is jonger dan 45 jaar. Het hoogste aantal ondernemers (37 procent van het totaal aantal ondernemers in 2018) valt in de leeftijdscategorie 30 tot 45 jaar gevolgd door de leeftijdscategorie 0 tot 30 jaar. Slechts 3 procent van de ondernemers in 2018 is ouder dan 65 jaar. Toch betekent dit dat er in 2018 bijna 5 duizend ondernemers ouder dan 65 jaar een eigen onderneming opzette.

De verdeling startende ondernemers naar leeftijd zier er al jaren ongeveer hetzelfde uit, zie het onderstaande figuur. In alle jaren vanaf 2010 bestaat het grootste gedeelte ondernemers uit ondernemers jonger dan 30 jaar. Wel neemt het aandeel ondernemers van 0 tot 30 toe; in 2010 was nog 26 procent van de ondernemers jonger dan 30 jaar. In 2018 is dit aandeel toegenomen tot 35 procent.

Ondernemers starten vooral in de specialistische zakelijke diensten

In 2018 had de bedrijfstak specialistische zakelijke diensten de meeste startende ondernemers, namelijk meer dan 36 duizend. Daarvan betrof bijna 14 duizend een holding of managementadviesbureau en bijna 13 duizend een design, fotografie of vertaalbureau. Ook in de bedrijfstakken handel (22 duizend) en bouwnijverheid (meer dan 19 duizend) startten in 2018 veel nieuwe ondernemers.

De bedrijfstak verhuur en handel van onroerend goed had de minste startende ondernemers (bijna 2 duizend in 2018). Hierbij zijn de bedrijfstakken waterbedrijven en afvalbeheer, delfstoffenwinning, energievoorziening en openbaar bestuur en overheidsdiensten niet meegenomen. Deze bedrijfstakken hadden bijna geen startende ondernemers in 2018.

2 op de 3 startende ondernemers is een man

De verdeling man en vrouw laat al jaren ongeveer hetzelfde beeld zien: 2 op de 3 ondernemers is een man. Ook in 2018 was meer dan de helft (62 procent) van alle startende ondernemers een man. Het overige gedeelte (38 procent) was een vrouw. In absolute aantallen waren dat bijna 67 duizend vrouwelijke ondernemers en meer dan 109 duizend mannelijke ondernemers in 2018.

De verhouding man en vrouw is per bedrijfstak heel verschillend. Zo is maar liefst 98 procent van de startende ondernemers in de bouwnijverheid een man. Ook in de vervoer en opslag bestaat het overgrote gedeelte van de startende ondernemers uit mannen (92 procent). Daarentegen is het merendeel van de startende ondernemers in de bedrijfstakken overige dienstverlening (80 procent) en gezonds- en welzijnszorg (74 procent) een vrouw. In de bedrijfstak cultuur, sport en recreatie is de verdeling man en vrouw het meest evenredig: 55 procent is man en 45 procent is vrouw.

*Cijfers over 2018 zijn voorlopig

Bekijk de cijfers over startende ondernemers.

Aantal faillissementen in tweede kwartaal stijgt gestaag

In het tweede kwartaal van 2020 zijn in totaal 770 bedrijven failliet verklaard, dat zijn 20 faillissementen meer dan in dezelfde periode van vorig jaar. Alle faillissementen betrof het midden- en kleinbedrijf (MKB) en in totaal waren hierbij 4 698 werkzame personen betrokken. Bijna 30 procent van de failliet verklaarde bedrijven bestond langer dan 10 jaar. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op de Staat van het MKB.

Het aantal faillissementen neemt gestaag toe. In het eerste kwartaal van 2020 werden nog 759 bedrijven failliet verklaard, dat zijn er 11 minder dan in het tweede kwartaal van 2020. Wegens de ingrijpende maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus heeft het kabinet een noodpakket voor economie en banen opgezet om bedrijven zoveel mogelijk te ondersteunen.

Grootste aantal faillissementen bij bedrijven tot 10 werkzame personen

Het merendeel van de faillissementen in het tweede kwartaal van 2020 betrof een bedrijf tot 10 werkzame personen. In totaal werden er 335 bedrijven met 1 werkzaam persoon en 314 bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen failliet verklaard. Verder werden nog 110 bedrijven met de bedrijfsgrootte 10 tot 50 werkzame personen en 11 bedrijven met de bedrijfsgrootte 50 tot 250 werkzame personen failliet verklaard.

Meeste faillissementen in de handel

In de handel vielen de meeste faillissementen met 221 in het tweede kwartaal van 2020. Daarvan betroffen 109 faillissementen een bedrijf in de groothandel en handelsbemiddeling en 96 een bedrijf in de detailhandel (niet in auto’s).

Ook in de bouwnijverheid en de horeca vielen relatief veel faillissementen. In het tweede kwartaal van 2020 waren dat 117 bouwbedrijven, dat zijn 3 bouwbedrijven meer dan in het tweede kwartaal van vorig jaar. In de horeca vielen er in totaal 111 faillissementen, dat zijn 42 faillissementen meer dan in het tweede kwartaal van 2019. In het tweede kwartaal van 2020 betrof ruim 82 procent van de faillissementen in de horeca een eet- en drinkgelegenheid.

Bijna 30 procent bestond al langer dan 10 jaar

Bijna 30 procent van de failliet verklaarde bedrijven bestond al langer dan 10 jaar, dat zijn in totaal 228 bedrijven. De gemiddelde leeftijd van de bedrijven die in het tweede kwartaal van 2020 failliet gingen, was dan ook 9,5 jaar.

189 faillissementen betrof een bedrijf met een leeftijd van jonger dan 3 jaar, dat is bijna 25 procent van het totaal aantal faillissementen in het tweede kwartaal van 2020. Het overige aantal (332 faillissementen) betrof een bedrijf met een leeftijd tussen de 3 jaar en de 10 jaar.

Bekijk de cijfers over bedrijfsleeftijd, bedrijfstak en bedrijfsgrootte van de failliet verklaarde bedrijven

Economisch beeld MKB: bijna alle indicatoren wijzen op slecht weer

Het economisch beeld van het MKB is in het tweede kwartaal van dit jaar in vergelijking met het eerste kwartaal van 2020 verslechterd. Waren in het eerste kwartaal nog vijf van de twaalf indicatoren positief, in het tweede kwartaal was dat nog maar bij één indicator het geval. Bijna alle indicatoren geven nu een verslechtering aan ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De verwachtingen over exportontwikkelingen waren het negatiefst. Dit blijkt uit de vandaag gepubliceerde MKB-conjunctuurklok.

Bekijk het conjunctuurdashboard

Alle stemmingsindicatoren MKB-conjunctuurklok verslechterd

Begin tweede kwartaal van dit jaar verslechterden alle zes MKB-stemmingsindicatoren. De verwachtingen van de MKB-ondernemers omtrent export, de economische ontwikkeling en het ondernemersvertrouwen verslechterden het sterkst. De verwachtingen over de MKB-omzet waren het minst verslechterd.
In het vorige kwartaal verbeterden nog drie van de zes stemmingsindicatoren, namelijk de exportverwachtingen, het ondernemersvertrouwen en de verwachtingen over de ontwikkeling van het aantal vacatures.

Reële indicatoren MKB-conjunctuurklok bijna allemaal negatief

Begin tweede kwartaal van dit jaar zijn vijf van de zes reële conjunctuurindicatoren vergeleken met het eerste kwartaal verslechterd. Alleen het aantal MKB-faillissementen liet een verbetering zien. In het vorige kwartaal liet deze indicator nog een verslechtering zien. Onderdeel van de Corona-maatregelen zijn de noodpakketten van de overheid om faillissementen te voorkomen.

MKB-conjunctuurklok toegelicht

De conjunctuurklok is verdeeld in vier kwadranten. In de bovenste twee kwadranten staan de indicatoren hoger dan hun trendniveau. In de onderste twee kwadranten staan de indicatoren onder hun trendniveau. De twee kwadranten aan de rechterkant geven een verbetering ten opzichte van het voorgaande kwartaal aan. De twee kwadranten aan de linkerkant een verslechtering. Het meest positieve kwadrant (rechtsboven) wordt aangegeven met een zonnetje en het meest negatieve kwadrant (linksonder) met een regenbui. De tussenliggende kwadranten worden aangegeven met een wolk voor de zon.

De MKB-conjunctuurklok is door het CBS ontwikkeld in het kader van het programma De Staat van het MKB in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. Begin mei 2017 werd de MKB-conjunctuurklok voor het eerst gepubliceerd. De update voor het derde kwartaal van 2020 wordt begin september 2020 verwacht.