Meer scale-ups

Het aantal snelgroeiende bedrijven is in 2016 verder toegenomen. Vooral in de bouw en de horeca steeg het aantal bedrijven dat hun personeelsbestand snel uitbreidde. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over het Nederlandse bedrijfsleven op CBS.nl. 

Direct naar het scale-up nieuwsbericht op CBS.nl

In totaal telde het bedrijfsleven vorig jaar bijna 7 300 bedrijven die als ‘snelle groeier’ kunnen worden aangemerkt. Dat is het hoogste aantal sinds de start van de metingen in 2010. Ook op jaarbasis steeg het aantal snelle groeiers: in 2015 waren er nog 6 200.

Een bedrijf (met tien of meer werknemers aan het begin van de groeiperiode) groeit snel als het aantal werknemers er in drie achtereenvolgende jaren gemiddeld met minstens 10 procent toeneemt. Dat kan door overname van een ander bedrijf, of door het aannemen van nieuwe mensen. Bij de snelgroeiende bedrijven uit 2016 kwamen er in drie jaar tijd ruim 365 duizend werknemers bij. Een op de zes snelle groeiers groeide (mede) na een overname.

Starters 3 jaar later

Gisteren berichtte Staat van het MKB ook over hoe het met de start-ups uit 2013 3 jaar later ging. 7 Procent hiervan had in 2016 ten opzichte van de oprichting meer personeel in dienst.

7 procent start-ups na 3 jaar meer personeel in dienst

Van de ruim 156 duizend bedrijven en organisaties die in 2013 van start gingen, had 7 procent drie jaar later (2016) meer werknemers in dienst en 2,6 procent minder. Dit blijkt uit cijfers van het CBS, vandaag gepubliceerd voor De Staat van het MKB.

Aandeel groeiers en krimpers het hoogst bij grotere bedrijven

Hoe groter het bedrijf in het jaar van start hoe hoger het aantal bedrijven met personeelsgroei. Van de bedrijven die in 2013 met minstens 10 werkzame personen startten, had bijna 47 procent drie jaar later meer werknemers. Deze groep bedrijven kende met een kwart relatief ook de meeste “krimpers”: van de in 2013 gestarte bedrijven met 1 werkzame persoon had ruim 5 procent drie jaar later meer personeel en 1,7 procent minder. Gestarte bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen zitten in de middenmoot: in 2016 bedroeg het aantal bedrijven met personeelsgroei hier bijna 23 procent en bij 11,8 procent was het aantal werknemers gedaald.

Meeste groeiers bij starters in horeca

Van de 4710 bedrijven die in 2013 in de horeca van start gingen, had ruim 22 procent drie jaar later, meer werknemers in dienst. Naar bedrijfstak bezien het hoogste percentage groeiers. De horeca scoort ook het hoogste bij het aantal bedrijven dat drie jaar na de start het werknemersaantal zag krimpen: 12 procent. Van de 90 horecabedrijven die in 2013 met 10 of meer werkzame personen van start gingen had de helft drie jaar later meer werknemers en ruim 22 procent minder. Van de 3210 gestarte horeca startups met 1 werkzame persoon had in 2016 ruim 16 procent meer personeel en 8 procent minder.

Specialistische zakelijke dienstverlening heeft minste krimpers

In de specialistische zakelijke dienstverlening gingen in 2013 ruim 35 duizend bedrijven van start: het hoogste aantal van alle bedrijfstakken. Bij 1 op de 20 groeide de werkgelegenheid in drie jaar en bij slechts 1,6 procent, het laagste van alle bedrijfstakken, daalde de werkgelegenheid. De detailhandel en bouw kwamen wat betreft het aantal starters in 2013 op respectievelijk de tweede en derde plaats.

Drie jaar later lag het percentage van deze bedrijven met personeelsgroei in de op 7,5 procent en bij de nieuwe bouwers op 5,3 procent. Afname van het werknemersaantal deed zich relatief meer voor in de detailhandel (3,5 procent) dan in de bouw (2,0 procent).

Ontwikkelingen bij exporteurs en werkgevers ook beschikbaar

Naast de ontwikkelingen bij de starters uit 2013 is vandaag ook nieuwe data gepubliceerd over hoe het exporteurs en werkgevers drie jaar later is vergaan.

Links naar MKB-StatLine-tabellen:

Bedrijvendynamiek; startende bedrijven

Bedrijvendynamiek; exporteurs en exportontwikkeling

Bedrijvendynamiek; werkgevers

Bedrijven zetten 1,4 biljoen euro om, één derde bij kleinbedrijf

In Nederland gevestigde bedrijven, in het niet-financiële bedrijfsleven, hebben in 2015 1,4 biljoen euro omgezet, nagenoeg evenveel als in 2011 (lopende prijzen). Daarvan was het totale MKB goed voor 62,2 procent, ruim 871 miljoen euro. Het kleinbedrijf (tot 50 werkzame personen) dat in 2015 een derde van de omzet voor zijn rekening nam, zag zijn opbrengsten uit verkopen, in vergelijking met 2011, met 4,3 procent afnemen. Bij het middenbedrijf (50-250 werkzame personen) goed voor een omzetaandeel van bijna 29 procent, steeg de omzet vergeleken met 2011 met 1,1 procent. De grootste omzetgroei (+3,2 procent) realiseerde het grootbedrijf, dat in 2015 ook het grootste omzetaandeel had: 37,8 procent. Dit blijkt uit vandaag verschenen cijfers van het CBS voor De Staat van het MKB. De cijfers zijn afkomstig uit de Productiestatistieken, die jaarlijks over de diverse bedrijfstakken worden samengesteld.

1,4 biljoen omzet van de gezamenlijke bedrijven in 2015 resulteerde een productiewaarde van 885 miljard euro (63,2 procent van de omzet). Na aftrek van verbruikte goederen en diensten kwam de toegevoegde waarde van de bedrijvensector in 2015 uit op 330,4 miljard euro (23,6 procent van de omzet), 5,1 procent meer dan in 2011. Het kleinbedrijf zorgde voor 39,1 procent van de totale toegevoegde waarde, het middenbedrijf voor 23,2 procent en het grootbedrijf voor 37,7 procent.

In het niet-financiële bedrijfsleven waren in 2015 5,7 miljoen personen werkzaam. Gezamenlijk waren zij goed voor een volume van 4,3 miljoen voltijds-equivalenten. Ruim 52 procent van zowel de werkzame personen als de voltijdsbanen kwam in 2015 uit het kleinbedrijf, 18 tot 19 procent uit het middenbedrijf. Bij het grootbedrijf werkte bijna 30 procent van de werkzame personen.

Meer dan helft omzet komt van groothandel en industrie, meeste personen werken in detailhandel

Wat betreft omzet waren groothandel en industrie in 2015 de grootste bedrijfstakken. In de groothandel werd 420 miljard euro omzet gerealiseerd (30 procent) en in de industrie 329 miljard (23,5 procent). Beide bedrijfstakken zijn minder dominant in de geboden werkgelegenheid. De groothandel levert met ruim 600 duizend werkzame personen 10 procent van de totale werkgelegenheid in de bedrijvensector en de industrie met bijna 875 duizend werkzame personen 15 procent. De hoogste toegevoegde waarde werd in 2015 door de industrie gerealiseerd. In totaal bedroeg de toegevoegde waarde 65,7 miljard euro, 19,9 procent van het totaal. Het industriële kleinbedrijf droeg bij aan 23 procent van de toegevoegde waarde, het middenbedrijf 28,3 procent en het grootbedrijf bijna de helft: 48,7 procent. Door veel parttimers werkt het grootste aantal personen in de detailhandel: in 2015 907 duizend, 15,7 procent van het totaal. Het aandeel in de toegevoegde waarde ligt een stuk lager 6,2 procent.

Naar de datasetpagina over deze nieuwe cijfers

 

MKB-klok: MKB blijft in hoogconjunctuur

Het conjunctuurbeeld voor het MKB is verder verbeterd. In de vandaag bijgewerkte MKB-conjunctuurklok staan alle twaalf indicatoren in het tweede kwartaal in het groene kwadrant van de MKB-conjunctuurklok. Dit betekent dat alle indicatoren meer groei vertonen boven hun langdurige trend. Voor het derde kwartaal op rij is hier nu sprake van.

Economische ontwikkeling en werkgelegenheid in het groen

Net als in het eerste kwartaal ervaart ruim de helft van het MKB (5 tot 250 werkzame personen) in het tweede kwartaal geen productiebelemmeringen. Ondernemers in het MKB zijn positief over de ontwikkeling van de werkgelegenheid. De vacature-indicator voor het tweede kwartaal duidt op meer vraag naar personeel. Het aantal openstaande vacatures groeide opnieuw in het eerste kwartaal en ook was er sprake van een verbetering ten opzichte van de lange termijntrend. Het vinden van gekwalificeerd personeel werd wel door meer bedrijven als lastig ervaren.

Selecteer zelf een periode in de MKB-klok en laat de klok lopen

Ondernemersvertrouwen en financieel vertrouwen MKB verbeterd

Het vertrouwen van MKB-ondernemers heeft in het tweede kwartaal de hoogste stand ooit bereikt. MKB-ondernemers begonnen 2017 al vol vertrouwen. Het ondernemersvertrouwen, de stemmingsindicator van ondernemend Nederland, verbeterde in het tweede kwartaal en kwam voor het midden- en kleinbedrijf uit op 15,0. Het ondernemersvertrouwen in het gehele bedrijfsleven is met 15,5 hoger dan in het MKB.
Het financiële vertrouwen van het MKB is ook verder verbeterd. Vergeleken met het eerste kwartaal bleef per saldo de investeringsbereidheid op het peil, gaven verhoudingsgewijs minder bedrijven aan dat financiële factoren hun bedrijfsvoering belemmeren en gaf een meerderheid van bedrijven aan dat de winstgevendheid verbeterd is. Bovendien gingen minder MKB-bedrijven failliet.

Consumptie-ontwikkeling

De indicator van de consumptie-ontwikkeling is in het tweede kwartaal ook verder verbeterd.. Deze indicator is gebaseerd op meningen en verwachtingen van consumenten over de economische en werkloosheidsontwikkeling, hun financiële situatie en de bereidheid tot het doen van grote aankopen. In lijn hiermee is de binnenlandse consumptie en de omzet van het MKB verbeterd.

Het nieuwe conjunctuurinstrument voor het MKB is door het CBS in het kader van het programma De Staat van het MKB ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en het Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering. Begin mei werd de MKB-conjunctuurklok voor het eerst gepubliceerd. De update van de MKB-conjunctuurklok voor het derde kwartaal wordt verwacht op 7 september.

Snel naar: de MKB-conjunctuurklok

Nieuw: de MKB-conjunctuurklok

Vandaag is de MKB-conjunctuurklok gepubliceerd op De Staat van het MKB. De klok geeft de stand van de conjunctuur voor het MKB en toont het verloop vanaf het eerste kwartaal van 2011 tot en met het eerste kwartaal van 2017. Het meest recente conjunctuurbeeld van het MKB zeer positief

MKB-conjunctuurbeeld in het eerste kwartaal positief

Dit nieuwe conjunctuurinstrument voor het MKB is door het CBS in het kader van het programma De Staat van het MKB ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en op initiatief van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering.

Reacties minister Kamp en MKB Nederland

Minister Kamp over de MKB-conjunctuurklok: “Jarenlang was het voor menig ondernemer moeilijk de zaak draaiende te houden. Inmiddels bloeit het midden-en kleinbedrijf weer en is het een van de sterkste pijlers van onze groeiende Nederlandse economie. Nu is het zaak om deze groei vast te houden. Ik ben dan ook blij met de totstandkoming van de conjunctuurklok voor het MKB. Hiermee hebben we in één oogopslag een beeld van in welke fase het midden- en kleinbedrijf zich als geheel bevindt en kunnen we eventuele veranderingen tijdig signaleren.”

MKB-Nederland vindt het een goed initiatief dat EZ en het CBS vanaf nu met een specifieke, periodieke conjunctuurmeter voor het MKB komen, zegt voorzitter Michaël van Straalen: “Het is belangrijk dat we goed inzicht hebben in de ontwikkelingen in het MKB. Het stelt de overheid ook beter in staat om beleid te maken en maatregelen te nemen voor deze bedrijven, die immers van cruciaal belang zijn voor economische groei, werkgelegenheid en innovatie.”

“In één oogopslag een beeld van in welke fase het midden- en kleinbedrijf zich als geheel bevindt”

De MKB-klok werkt op dezelfde wijze als de Conjunctuurklok op CBS.nl, maar heeft indicatoren die zijn toegespitst op het midden- en kleinbedrijf. Het verloop van het conjunctuurbeeld van het MKB kan worden gevolgd door zelf een periode te selecteren en gebruik te maken van de afspeelknoppen onder de klok. Ook kunt u voor uitgebreidere analyses zelf indicatoren uit- en aanzetten.

In juni verschijnt de MKB-conjunctuurklok met indicatoren van het tweede kwartaal. Daarna zal de klok elke drie maanden worden geüpdatet.

Links:
De MKB-conjunctuurklok
Analyse MKB-klok eerste kwartaal

Roelofsen: ‘Maak van groei en verandering je mindset’

Occo Roelofsen, als lid van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering een van de initiatiefnemers van Staat van het MKB, vertelt in een interview met De Wereld van de Ondernemer over de ontwikkelingen in het Nederlandse bedrijfsleven: “Na een moeilijke tijd voor het mkb is er nu weer omzetgroei. Alleen al in de detailhandel moesten er in de periode 2010- 2015 ongeveer 55.000 mensen op zoek naar een nieuwe baan. Sinds vorig jaar trekt dat weer bij, maar er is nog veel werk aan de winkel om de kansen echt te kunnen verzilveren.”

Lees het volledige interview op deondernemer.nl