Comité presenteert investeringspakket voor herstel en groei mkb

Om banen te creëren en het Nederlandse bedrijfsleven te versterken is een ‘Herstel- en groeiplan mkb’ nodig. “Het mkb is de motor van de economie en is nu hard geraakt. Er is een gericht pakket nodig om het tij te keren”, aldus Harold Goddijn, de voorzitter van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. “Dit pakket helpt ons om versneld uit de crisis te komen.”

Het Nederlands Comité voor Ondernemerschap pleit bij het kabinet voor een samenhangend pakket van maatregelen, die bijdragen aan investeringen in innovatie en groei, een ondernemende arbeidsmarkt en een productiviteitssprong van ondernemers. Na de massieve steunmaatregelen moet worden gewerkt aan herstel van vertrouwen en (nieuwe) groei van het mkb. Het ‘Herstel- en groeiplan mkb’ beschrijft tien gerichte maatregelen, die rekening houden met de fase van herstel waarin een bedrijf zich bevindt en met de verschillen tussen bedrijven.

Financiering van het plan kost naar schatting 8 tot 12 miljard euro. Het Comité verwacht dat deze investering zichzelf terugverdient via een versneld economisch herstel. Vanaf 2025 kan het plan jaarlijks een extra toegevoegde waarde opleveren van naar schatting 20 tot 30 miljard. De schatkist zou daarvan met 10 tot 15 miljard per jaar profiteren.

De maatregelen van het ‘Herstel- en groeiplan mkb’ zijn verwerkt in drie programma’s:

  1.  Investeren in innovatie en groei: Om investeringen in innovatie en groei structureel te stimuleren moet het eigen vermogen worden versterkt, het aantrekken van (non-bancair) vermogen worden vergemakkelijkt en de toepassing van innovatie gestimuleerd. Op korte termijn kunnen gerichte verlichting van schulden en een (fiscale) investeringskorting helpen om de schuldenlast te verminderen en investeringen aan te jagen.
  2. Ondernemende arbeidsmarkt: Voor een wendbaar en weerbaar mkb is een wendbare en weerbare arbeidsmarkt nodig. Dit vraagt om een goed evenwicht in regelgeving, met oog voor de belangen van zowel werkgevers/opdrachtgevers als werkenden. Een nationaal omscholingsprogramma kan een oplossing bieden voor de zogenaamde “tekortberoepen” en om werknemers in de meest hard geraakte sectoren van werk naar werk te helpen. Een persoonlijk ontwikkelbudget stimuleert werknemers en ondernemers om zich te (blijven) ontwikkelen.
  3. Productiviteitssprong ondernemers: Ondernemers zelf moeten ondersteund worden om hun bedrijf weerbaarder en productiever te maken. Een zelfhulptool (“mkb-hulplijn”) en coaches kunnen hen bijstaan om beter inzicht te krijgen in de staat van hun bedrijf in vergelijking tot andere bedrijven in dezelfde branche. Ook kunnen ondernemers zo informatie krijgen over de ontwikkelingsmogelijkheden en best practices waarvan zij kunnen leren. Verder kan opschaling van digitalisering in het bedrijf bijdragen aan een productiviteitssprong. Tot slot zou herstarten of eventueel stoppen gemakkelijker gemaakt moeten worden.

Het Comité wil met dit advies aan het kabinet een bijdrage leveren aan de maatregelen die de komende tijd moeten worden genomen. Een aantal van de voorgestelde maatregelen kan op korte termijn worden ingevoerd, andere maatregelen vragen meer voorbereiding. Het Comité bepleit een strakke regie in de invoering en uitvoering van het pakket, met betrokkenheid van zowel uitvoeringsorganisaties als sociale partners en marktpartijen.

Lees ook de bijbehorende notitie.

Het Nederlands Comité voor Ondernemerschap is ingesteld door het ministerie van EZK en zet zich in voor duurzame groei van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf. Tot de taken behoren het monitoren van de ontwikkelingen in het midden- en kleinbedrijf en het doen van aanbevelingen. Eind juni verscheen een Tussenbericht naar aanleiding van de coronacrisis. Het Comité staat onder voorzitterschap van Harold Goddijn en bestaat verder uit Hare Majesteit Koningin Máxima, Barbara Baarsma, Diederik Laman Trip, Meiny Prins en Occo Roelofsen.

‘Help ondernemers om zich aan te passen’

De coronacrisis doet een groot beroep op de wendbaarheid van ondernemers; vaak zijn forse veranderingen nodig om gezond verder te gaan. Ondernemers dienen daarbij geholpen te worden. Dat kan door slimme steun maar ook door hun aanpassingsvermogen te vergroten.“Dit zegt voorzitter Harold Goddijn van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap in een toelichting op een “tussenbericht” over de Staat van het MKB.

Het tussenbericht “Ondernemend uit de crisis: investeren in intelligent herstel” is vandaag aangeboden aan staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat.

Het Comité constateert dat het mkb hard wordt geraakt en nog een zware tijd tegemoet gaat. “Herstel van vertrouwen bij burgers en bedrijven is cruciaal. Er is nog veel onzekerheid; we weten niet hoe de COVID19-pandemie zich ontwikkelt en hoe stevig de recessie uitpakt. We zien wel dat er grote verschillen zijn in de impact op sectoren en bedrijven. We constateren schade, maar er zijn ook (nieuwe) mogelijkheden.” Het Comité doet aanbevelingen die beleidsmakers kunnen helpen om steunmaatregelen gericht in te zetten en structurele veranderingen door te voeren.

“De overheid heeft met de steunmaatregelen uitstel gekocht, maar geen afstel van de gevolgen van de coronacrisis.”, aldus Goddijn. “Het komt aan op ondernemerschap. Het zijn bedrijven die zorgen voor behoud en groei van het aantal banen.”

De noodzaak om het aanpassingsvermogen van het mkb te versterken is alleen maar groter geworden. “De coronacrisis maakt duidelijk dat we veel sneller en onder grote druk de arbeidsmarkt moeten moderniseren en innovatie in het mkb moeten faciliteren. Ook moet verder worden gebouwd aan een structuur van een leven lang ontwikkelen.” Het Comité pleit voor ondersteuning van bedrijven die een grote verandering moeten doormaken om ook in de toekomst te floreren.

Het tussentijdse bericht naar aanleiding van de coronacrisis bevat vijf aanbevelingen, die mede gebaseerd zijn op gesprekken met ondernemers:

  1. Bevorder intelligente transitie van steun naar herstel en maak daarbij onderscheid naar bedrijven met veel, gemiddeld en geen continuïteitsperspectief (segmentatie)
  2. Ondersteun bedrijven om beter inzicht in de noodzaak van aanpassing van hun bedrijfsmodel of –structuur te krijgen
  3. Stimuleer mobiliteit op de arbeidsmarkt en maak banengroei minder risicovol voor werkgevers
  4. Bouw een structuur van leven lang ontwikkelen voor werkenden en ondernemers
  5. Investeer in een klimaat van R&D, innovatie en vernieuwing gericht op arbeidsproductiviteitsgroei in het mkb.

Het Nederlands Comité voor Ondernemerschap is ingesteld door het ministerie van EZK en zet zich in voor duurzame groei van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf. Tot de taken behoren het monitoren van de ontwikkelingen in het midden- en kleinbedrijf en het doen van aanbevelingen. Op de website www.staatvanhetmkb.nl worden de ontwikkelingen van het midden- en kleinbedrijf bijgehouden. In november zal het Nederlands Comité voor Ondernemerschap hierover weer een jaarbericht publiceren.

Het Comité staat onder voorzitterschap van Harold Goddijn en bestaat verder uit Hare Majesteit Koningin Máxima, Barbara Baarsma, Diederik Laman Trip, Meiny Prins en Occo Roelofsen.

Economisch beeld MKB: bijna alle indicatoren wijzen op slecht weer

Het economisch beeld van het MKB is in het tweede kwartaal van dit jaar in vergelijking met het eerste kwartaal van 2020 verslechterd. Waren in het eerste kwartaal nog vijf van de twaalf indicatoren positief, in het tweede kwartaal was dat nog maar bij één indicator het geval. Bijna alle indicatoren geven nu een verslechtering aan ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De verwachtingen over exportontwikkelingen waren het negatiefst. Dit blijkt uit de vandaag gepubliceerde MKB-conjunctuurklok.

Bekijk het conjunctuurdashboard

Alle stemmingsindicatoren MKB-conjunctuurklok verslechterd

Begin tweede kwartaal van dit jaar verslechterden alle zes MKB-stemmingsindicatoren. De verwachtingen van de MKB-ondernemers omtrent export, de economische ontwikkeling en het ondernemersvertrouwen verslechterden het sterkst. De verwachtingen over de MKB-omzet waren het minst verslechterd.
In het vorige kwartaal verbeterden nog drie van de zes stemmingsindicatoren, namelijk de exportverwachtingen, het ondernemersvertrouwen en de verwachtingen over de ontwikkeling van het aantal vacatures.

Reële indicatoren MKB-conjunctuurklok bijna allemaal negatief

Begin tweede kwartaal van dit jaar zijn vijf van de zes reële conjunctuurindicatoren vergeleken met het eerste kwartaal verslechterd. Alleen het aantal MKB-faillissementen liet een verbetering zien. In het vorige kwartaal liet deze indicator nog een verslechtering zien. Onderdeel van de Corona-maatregelen zijn de noodpakketten van de overheid om faillissementen te voorkomen.

MKB-conjunctuurklok toegelicht

De conjunctuurklok is verdeeld in vier kwadranten. In de bovenste twee kwadranten staan de indicatoren hoger dan hun trendniveau. In de onderste twee kwadranten staan de indicatoren onder hun trendniveau. De twee kwadranten aan de rechterkant geven een verbetering ten opzichte van het voorgaande kwartaal aan. De twee kwadranten aan de linkerkant een verslechtering. Het meest positieve kwadrant (rechtsboven) wordt aangegeven met een zonnetje en het meest negatieve kwadrant (linksonder) met een regenbui. De tussenliggende kwadranten worden aangegeven met een wolk voor de zon.

De MKB-conjunctuurklok is door het CBS ontwikkeld in het kader van het programma De Staat van het MKB in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. Begin mei 2017 werd de MKB-conjunctuurklok voor het eerst gepubliceerd. De update voor het derde kwartaal van 2020 wordt begin september 2020 verwacht.

Economisch beeld MKB in eerste kwartaal 2020 verbeterd

Het economisch beeld van het MKB is in het eerste kwartaal van dit jaar in vergelijking met het laatste kwartaal vorig jaar verbeterd. Lieten in het vierde kwartaal vorig jaar nog alle twaalf conjunctuurindicatoren een verslechtering zien ten opzichte van het voorgaande kwartaal, begin eerste kwartaal van dit jaar waren vijf indicatoren alweer hersteld. Deze stonden er daardoor begin dit jaar weer positief bij.

De conjunctuurklok is verdeeld in vier kwadranten. In de bovenste twee kwadranten staan de indicatoren hoger dan hun trendniveau. In de onderste twee kwadranten staan de indicatoren onder hun trendniveau. De twee kwadranten aan de rechterkant geven een verbetering ten opzichte van het voorgaande kwartaal aan. De twee kwadranten aan de linkerkant een verslechtering. Het meest positieve kwadrant (rechtsboven) wordt aangegeven met een zonnetje en het meest negatieve kwadrant (linksonder) met een regenbui. De tussenliggende kwadranten worden aangegeven met een wolk voor de zon.

Bekijk het conjunctuurdashboard

Helft stemmingsindicatoren MKB-conjunctuurklok weer positief

Begin eerste kwartaal dit jaar verbeterden drie van de zes MKB-stemmingsindicatoren. De stemming verbeterde vooral als gevolg verbeterde exportverwachtingen onder MKB’ers, een toegenomen ondernemersvertrouwen alsmede positievere verwachtingen over de ontwikkeling van het aantal vacatures. Negatief daarentegen ontwikkelde zich de door consumenten verwachte consumptie, het financieel vertrouwen onder MKB’ers en de door hen verwachte economische ontwikkeling.

Reële indicatoren MKB-conjunctuurklok blijven overwegend negatief

Begin eerste kwartaal van dit jaar zijn vier van de zes reële conjunctuurindicatoren vergeleken met het vierde kwartaal verder afgenomen. Twee consumptie-gerelateerde indicatoren ontwikkelden zich echter positief. Zo steeg het volume van de binnenlandse consumptie en de aankopen van duurzame goederen. Het BBP, de omzet van het MKB, het aantal MKB-faillissementen en MKB-vacatures lieten echter een verslechtering zien.

MKB-klok toegelicht

De MKB-conjunctuurklok is door het CBS ontwikkeld in het kader van het programma De Staat van het MKB in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. Begin mei 2017 werd de MKB-conjunctuurklok voor het eerst gepubliceerd. De update voor het tweede kwartaal van 2020 wordt in juni 2020 verwacht.

Openstaande vacatures in het MKB toegenomen

Aan het eind van het vierde kwartaal 2019 stonden er 147 duizend vacatures open in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Dat was 52 procent van alle openstaande vacatures op dat moment in Nederland. Het aantal openstaande vacatures binnen het MKB was bijna 8 procent hoger dan het vierde kwartaal in 2018. Dit meldt het CBS in De Staat van het MKB.

In het vierde kwartaal 2019 stonden bijna 98 duizend vacatures open bij bedrijven tot 50 werkzame personen. Dat is bijna 10 procent meer dan in het vierde kwartaal 2018. In het middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen) nam het aantal openstaande vacatures in deze periode met ruim 4 procent toe tot ruim 49 duizend. In het grootbedrijf (250 of meer werkzame personen) stonden aan het einde van het vierde kwartaal ruim 134 duizend vacatures open, een stijging van 13 procent.
Hiermee kwam het totaal aantal openstaande vacatures in Nederland uit op ruim 281 duizend, dat is meer dan 26 duizend extra openstaande vacatures dan het vierde kwartaal 2018.

Aantal MKB-vacatures groeit het hardst in cultuur, recreatie en overige diensten

De grootste vacaturegroei binnen het MKB was in de sector cultuur, recreatie en overige diensten. In deze sector stonden in het vierde kwartaal 7 duizend vacatures open, ruim 18 procent meer dan eind vierde kwartaal 2018. In vergelijking met het vierde kwartaal 2018 stegen het aantal openstaande vacatures ook sterk in de sector zakelijke dienstverlening (+15,6 procent) en gezondheids- en welzijnszorg (+12,1 procent). Alleen in de bouwnijverheid nam het aantal openstaande vacatures af met ruim 3 procent.

Bekijk de cijfers op MKB-StatLine

MKB-vertrouwen weer positiever in eerste kwartaal 2020

In vergelijking met het vierde kwartaal in 2019 zijn MKB-ondernemers aan het begin van 2020 positiever gestemd. Het ondernemersvertrouwen, de stemmingsindicator van ondernemend Nederland, steeg voor het MKB van 5,1 naar 7,0. Het ondernemersvertrouwen bij ondernemers met 5 tot 50 werkzame personen is iets lager: 6,3. Het ondernemersvertrouwen in het gehele bedrijfsleven bleef met 6,4 nagenoeg gelijk aan een kwartaal eerder (6,6).

In het eerste kwartaal van 2015 bereikte het MKB-ondernemersvertrouwen de laagste waarde (3,7) tot nu toe en in het eerste kwartaal van 2018 werd de hoogste waarde bereikt: 19,6. Na drie kwartalen waarin het ondernemersvertrouwen daalde, stijgt het MKB-ondernemersvertrouwen in het eerste kwartaal 2020.

MKB-ondernemers binnen de bouwnijverheid hebben het meeste vertrouwen (14,9) gevolgd door MKB-ondernemers binnen de zakelijke dienstverlening (11,4) en informatie en communicatie (9,0). In de sector vervoer en opslag en horeca is het MKB-ondernemersvertrouwen het laagst. In vergelijking met het laatste kwartaal van 2019 is het vertrouwen binnen alle sectoren met uitzondering van de sector informatie en communicatie, toegenomen. Het vertrouwen steeg het sterkst binnen de sector verhuur en handel van ontroerend goed met ruim 7,2.

Lagere verwachtingen over omzetgroei

Ondernemers zijn minder positief over de omzet die zij in de komende 3 maanden verwachten te behalen in vergelijking met een jaar geleden. Per saldo verwachtte toen 9,3 procent van alle ondernemers met 5 of meer werkzame personen een omzetgroei. Nu is dat 2 procent. Het middenbedrijf is daarbij het meest optimistisch. Per saldo verwacht 9,6 procent een omzetgroei. Van de ondernemers met 5 tot 50 werkzame personen voorziet per saldo 2 procent een toename van de omzet. Het grootbedrijf laat zich negatief uit over de verwachte omzet. Per saldo voorziet 5,1 procent een daling van de omzet.

Bedrijfsleven voorziet minder grote toename personeel

Over de werkgelegenheid in het eerste kwartaal is het bedrijfsleven minder positief gestemd dan een jaar geleden. Van de bedrijven met meer dan 5 werkzame personen verwacht per saldo 9,4 procent het personeelsbestand in het eerste kwartaal uit te breiden. Een jaar geleden was dit 18,3 procent. Het aandeel ondernemers met vraag naar personeel is in het midden- en kleinbedrijf per saldo groter dan in het grootbedrijf. Het middenbedrijf is met 14,8 procent het positiefst.

Samenstelling ondernemersvertrouwen

Het MKB-ondernemersvertrouwen geeft de stemming van Nederlandse MKB-ondernemers weer. Per bedrijfstak wordt het ondernemersvertrouwen samengesteld op basis van vragen over recente ontwikkelingen en verwachtingen van de ondernemers zoals bijvoorbeeld de omzetontwikkeling. Deze vragen worden gesteld in de Conjunctuurenquête Nederland (COEN).
Het ondernemersvertrouwen Nederland wordt vervolgens samengesteld uit een gewogen gemiddelde van het vertrouwen per bedrijfstak. Het ondernemersvertrouwen geeft een indicatie van de richting waarin de Nederlandse economie zich naar verwachting zal ontwikkelen.

De nieuwste resultaten van de Conjunctuur Enquête Nederland voor het MKB zijn beschikbaar in MKB-StatLine, net als het MKB-Ondernemersvertrouwen.

Recordaantal nieuwe oprichtingen en hoog aantal opheffingen in 2019

In 2019 zijn ruim 207 duizend bedrijven opgericht. Het aantal oprichtingen is een record in vergelijking met de voorafgaande 10 jaren. Voor lange tijd vonden de meeste oprichtingen (ruim 188 duizend) in 2009 plaats, voor het eerst is dat nu meer. Alle oprichtingen betreffen het midden en kleinbedrijf. Ook het aantal opheffingen is hoog, er zijn 115 duizend MKB-bedrijven in 2019 opgeheven. Dit meldt het CBS in de Staat van het MKB.

Het aantal oprichtingen in 2019 steeg met 23,4 duizend ten opzichte van 2018. Vooral het aantal oprichtingen binnen de webwinkels is gestegen. In 2019 gingen er ruim 15 duizend nieuwe webwinkels online. Dat zijn er ongeveer 6 duizend meer dan in 2018.

Oprichtingen grotendeels bij bedrijven met één werkzaam persoon

Een groot gedeelte (91 procent) van de oprichtingen in 2019 bestond uit bedrijven met één werkzaam persoon. Bedrijven met twee tot tien werkzame personen waren goed voor ruim 8 procent van de oprichtingen. Er waren 440 oprichtingen van bedrijven met meer dan 10 werkzame personen. Ruim 5 procent daarvan betrof het middenbedrijf.

Meeste oprichtingen in specialistische zakelijke diensten

De meeste oprichtingen binnen het niet-financiële bedrijfsleven in 2019 vonden plaats in de sectoren specialistische zakelijke diensten (20 procent), handel (13 procent) en bouwnijverheid (11 procent). Oprichtingen binnen de specialistische zakelijke diensten betroffen voornamelijk holdings en managementadviesbureaus. Oprichtingen binnen de handel betroffen vooral webwinkels.

Op 2012 na het hoogste aantal opheffingen in 2019

In 2019 zijn 115 duizend bedrijven opgeheven. Alle opheffingen vonden plaats in het midden en kleinbedrijf. Het aantal opheffingen is op 2012 na het hoogst in de afgelopen tien jaar. De opheffingen in 2019 bestonden voornamelijk uit bedrijven met minder dan 10 werkzame personen (99 procent). Het grootste gedeelte (85 procent) bestond uit bedrijven met 1 werkzaam persoon.

Meeste opheffingen in specialistische zakelijke diensten

De meeste opheffingen binnen het niet-financiële bedrijfsleven in 2019 vonden plaats in de sectoren specialistische zakelijke diensten (20 procent), handel (ruim 16 procent) en bouwnijverheid (ruim 7 procent). Opheffingen binnen de specialistische zakelijke diensten bestonden grotendeels uit holdings en managementadviesbureaus. Opheffingen binnen de handel bestonden grotendeels uit webwinkels.

Bekijk de cijfers op MKB-StatLine: oprichtingen en opheffingen

Kleiner deel mkb heeft behoefte aan externe financiering

Van het midden- en kleinbedrijf (mkb) had 20 procent behoefte aan externe financiering in de periode van juli 2018 tot juli 2019. Dat is minder dan een jaar eerder. Toen gaf 24 procent aan een financieringsbehoefte te hebben. Van de mkb-bedrijven die daadwerkelijk een aanvraag deden, kreeg 84 procent de financiering ook rond. Vrouwelijke ondernemers met een financieringsbehoefte weten die financiering uiteindelijk minder vaak aan te trekken. Dat meldt het CBS op basis van de tweede editie van de Financieringsmonitor.

De Financieringsmonitor toont onder andere de resultaten van een digitale enquête die is uitgezet onder bedrijven met 2 tot 250 werkzame personen in de business economy. Met de resultaten van de enquête wordt de zoektocht van het mkb naar externe financiering van begin tot eind in kaart gebracht. De enquête had betrekking op de periode van juli 2018 tot juli 2019. De vorige editie van de financieringsmonitor ging over de periode van juli 2017 tot juli 2018.

Van de bedrijven die aangeven een financieringsbehoefte te hebben, verkent 83 procent de mogelijkheden. Ruim twee derde van deze laatste groep doet vervolgens daadwerkelijk een aanvraag voor financiering. Hiervan wordt 84 procent toegekend.

Vergeleken met een jaar eerder hadden minder bedrijven een financieringsbehoefte, maar het verlangde bedrag was groter. In het mkb in de business economy was het gewenste bedrag aan externe financiering tussen juli 2018 en juli 2019 in doorsnee 175 duizend euro. Dat wil zeggen dat de helft een lager bedrag zocht en de andere helft een hoger bedrag. Een jaar eerder was dit 105 duizend euro. Dit hangt samen met een afname van de financieringsbehoefte, die het sterkst zichtbaar is bij de kleinste bedrijven.

Bekijk het dashboard van de financieringsmonitor

Gemiddelde slaagkans laagst bij kleinste mkb’ers

Het gemiddelde slagingspercentage varieert tussen 81 procent voor de groep microbedrijven (2 tot 10 werkzame personen) tot 96 procent voor middenbedrijven (50-250 werkzame personen). Dit is lager dan bij het grootbedrijf, waar 98 procent van de aanvragen leidt tot financiering. Naast bedrijfsgrootte dragen ook financiële gezondheid en de beschikbaarheid van veel onderpand bij aan de slaagkans. De handel en de zakelijke dienstverlening zijn bedrijfstakken binnen het mkb waar een aanvraag het minst vaak leidt tot financiering. Bedrijven in deze bedrijfstakken kunnen financiers minder onderpand, en dus minder zekerheden bieden.

Financieringsbehoefte van vrouwelijke ondernemers uiteindelijk minder vaak ingevuld

Bedrijven van teams geleid door overwegend vrouwelijke ondernemers vallen in de zoektocht naar financiering vaker af dan bedrijven met mannelijke ondernemers. Zij hebben minder vaak behoefte aan externe financiering, verkennen de mogelijkheden minder vaak en doen minder vaak een aanvraag. Bijvoorbeeld omdat ze vaker dan mannelijke ondernemers verwachten de gezochte financiering niet te zullen krijgen of dat deze te duur zal zijn. Die verschillen zijn significant, ook na correctie voor verschillen in kenmerken van de bedrijven, zoals sector en grootteklasse. Maar áls bedrijven van vrouwelijke ondernemers uiteindelijk een externe financieringsaanvraag doen, hebben zij dezelfde slaagkans als mannelijke ondernemers.

Dat betekent uiteindelijk dat vrouwelijke ondernemers met een externe financieringsbehoefte er minder vaak in slagen in die behoefte te voorzien dan mannelijke ondernemers: 37 versus 52 procent. Voor deze analyse zijn twee jaargangen van de Financieringsmonitor gecombineerd. De uitkomsten hebben dus betrekking op de periode van juli 2017 tot juli 2019.

De Financieringsmonitor

De Financieringsmonitor wordt bekostigd door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Het doel van de monitor is om een overzichtelijk beeld te geven van de Nederlandse markt voor externe financiering voor bedrijven in het mkb. Daarvoor wordt de zoektocht naar financiering van ondernemers gevolgd en een schets gegeven van recente ontwikkelingen op de Nederlandse financieringsmarkt. Deze tweede editie van de monitor heeft betrekking op de periode die loopt van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019.

Lees het onderzoeksrapport.

Ruim 8 procent meer vacatures in het MKB

Aan het eind van het derde kwartaal dit jaar stonden er 154 duizend vacatures open in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Dat was 54,3 procent van alle openstaande vacatures op dat moment in Nederland. Het aantal openstaande vacatures in het MKB was eind derde kwartaal ruim 8 procent hoger dan eind derde kwartaal 2018. Dit meldt het CBS in De Staat van het MKB.

Bij het kleinbedrijf (tot 50 werkzame personen) stonden in het derde kwartaal 2019 ruim 102 duizend vacatures open, 8,8 procent meer dan een jaar eerder. In het middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen) nam het aantal openstaande vacatures in deze periode met 7,5 procent toe tot ruim 51 duizend. In het grootbedrijf (250 of meer werkzame personen) stonden aan het einde van het derde kwartaal bijna 130 duizend vacatures open, een stijging van 11,7 procent.
Hiermee kwam het totaal aantal openstaande vacatures in Nederland aan het einde van het derde kwartaal uit op bijna 284 duizend, 26 duizend meer dan eind derde kwartaal vorig jaar.

Groei MKB-vacatures vooral in zakelijke dienstverlening

In het MKB van de zakelijke dienstverlening nam het aantal openstaande vacatures in het derde kwartaal vergeleken met hetzelfde kwartaal vorig jaar het meest toe (+ 4,2 duizend). Het MKB in de handel neemt met een groei van 1,2 duizend vacatures de tweede plaats in. Het MKB in de gezondheids- en welzijnszorg en het MKB in de cultuur, recreatie en overige diensten volgen op de voet met een vacaturegroei van elk 1,1 duizend. In de bouw kwamen er in derde kwartaal 0,5 duizend vacatures bij.

Bekijk de nieuwste cijfers op MKB StatLine