Afname aantal mkb-vacatures in het derde kwartaal 2022

Aan het einde van het derde kwartaal 2022 stonden er ruim 240 duizend vacatures open in het midden- en kleinbedrijf (mkb). Daarmee is het aantal vacatures ten opzichte van het tweede kwartaal 2022 met 22,8 duizend gedaald. Dit is de eerste daling nadat het aantal openstaande vacatures vier kwartalen achtereen is toegenomen. Het aantal openstaande vacatures ligt nu onder het niveau van het eerste kwartaal van dit jaar. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op De Staat van het mkb.

  • Ten opzichte van hetzelfde kwartaal in het voorgaande jaren is het aantal openstaande vacatures in het mkb toegenomen. Met 26,4 duizend ten opzichte van het derde kwartaal in 2021 en ruim 125 duizend ten opzichte van het derde kwartaal in 2020. Daarmee is het aantal openstaande vacatures dit kwartaal nog steeds relatief hoog.
  • De meeste openstaande vacatures zijn net als in het vorige kwartaal te vinden in de commerciële dienstverlening, namelijk 157,5 duizend. Dit is wel een afname van 10 procent vergeleken met het tweede kwartaal van dit jaar.
  • Ook het aantal vervulde vacatures in het mkb neemt reeds drie kwartalen achtereen toe. Zo werden in het derde kwartaal van dit jaar 282 vacatures vervuld, in het voorgaande kwartaal waren dat er 268.
  • In de bedrijven met 10-50 werkzame personen zijn de meeste vacatures vervuld ten opzichte van het vergelijkbare kwartaal in 2021, namelijk 13 duizend.

Bekijk hier de (voorlopige) cijfers over de vacatures, bedrijfstak en bedrijfsgrootte van de  bedrijven in Nederland.

Nederlands Comité voor Ondernemerschap wil ‘wenkend perspectief’ voor midden- en kleinbedrijf

Het zijn lastige tijden, met veel onzekerheden. Van ondernemers wordt veel verwacht op het terrein van verduurzaming en digitalisering, tegelijkertijd dienen zij aan voldoende financiering en personeel te kunnen komen. Een routekaart moet hen helpen om antwoord te geven op de vraag: hoe dan? Dit stelt het Nederlands Comité voor Ondernemerschap bij de presentatie van het Jaarbericht Staat van het mkb 2022.

Nu het Nederlandse mkb meer dan ooit moet investeren, is het ook meer dan ooit belangrijk dat de bereidheid daartoe wordt gestimuleerd. Dat kan alleen als ondernemers een wenkend perspectief wordt geboden: een groener mkb, met een hoge productiviteitsgroei, aangejaagd door digitalisering en met goede toegang tot talent en financiering.

Trends

De Staat van het mkb biedt inzicht in de trends in het Nederlandse mkb en daarmee het ondernemingsklimaat. Uit eerdere jaarberichten, voorafgaand aan de coronacrisis, bleek dat het conjunctureel goed ging met het mkb, maar ook toen waren er al structurele uitdagingen; investeringen en productiviteitsgroei bleven achter en groeimogelijkheden werden beperkt door een gebrek aan geschikt personeel. De Staat van het mkb 2022 laat nu zien dat bijna de helft van de mkb-ondernemers zich vooral zorgen maakt over de prijsstijgingen van materiaal, energie en diensten. Daarnaast ervaren ondernemers personeelstekorten als een grote belemmering voor hun activiteiten. Ook hebben kleinere ten opzichte van grotere bedrijven meer moeite met digitaliseren.

Structuur, samenhang en samenwerking

Voor ondernemers hangt alles met alles samen; verduurzamen en digitaliseren kan niet zonder voldoende financiering en personeel. Het Comité vindt het noodzakelijk om de fundamenten van het ondernemingsklimaat te versterken en vraagt daarom aandacht voor drie S’en. Er zijn structurele maatregelen nodig, gericht op versterking van de productiviteit en het verdienvermogen. Dat kan alleen in samenhang: er is behoefte aan een nationale routekaart waarin beleidsambities gecombineerd worden. Dat vraagt ook om samenwerking en bundeling van beleids- en uitvoeringskracht, tussen ministeries, tussen overheden en met sociale partners en het bedrijfsleven.

Ondertussen

“Ondernemers leven in een ondertussen, een permanente overgangssituatie, met uitdagingen op zowel de korte als de lange termijn”, zegt Comité-voorzitter Jacques van den Broek in een toelichting. “Bedrijven hebben behoefte aan duidelijkheid en een wenkend perspectief. En dus aan duidelijke doelen. Een routekaart kan juist kleinere ondernemers, die kampen met grote onzekerheden, helpen om goed te anticiperen op de transities. Wij vragen de minister van Economische Zaken en Klimaat om hiertoe het initiatief te nemen.”

Reactie minister

Minister Adriaansens (EZK): “Ondernemers zijn de ruggengraat van onze economie en blijven vernieuwen is essentieel voor onze toekomstige welvaart. We verwachten veel van ondernemers, bijvoorbeeld op het gebied van verduurzamen en digitaliseren. Om mkb’ers daarbij te helpen en hun ondernemerschap te stimuleren, moeten wij als overheid zorgen voor stabiliteit en voorspelbaarheid. De door het Comité voorgestelde routekaart is een belangrijke stap.”

Reactie MKB-Nederland

Jacco Vonhof, voorzitter MKB-Nederland: “We zijn blij met dit rapport van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. Dat ondersteunt de visie van MKB-Nederland. Juist in deze voor ondernemers ingewikkelde tijden, waarin opvolgende crises het zicht op structurele trends en de toekomst soms wegnemen, hebben we behoefte aan een overheid met een langetermijnvisie. Het is lastiger ondernemen als het beleid van de overheid ook een onzekere factor is.”

Meer informatie: Paul van Dijk, telefoon 06- 15 47 68 52

Over het Nederlands Comité voor Ondernemerschap
Het Nederlands Comité voor Ondernemerschap zet zich in voor duurzame groei van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf. Tot de taken behoren het monitoren van de ontwikkelingen in het midden- en kleinbedrijf en het doen van aanbevelingen. Het Nederlands Comité voor Ondernemerschap bestaat uit Kemal Tas, Barbara Baarsma, Jacques van den Broek (voorzitter), Hare Majesteit Koningin Máxima, Meiny Prins en Diederik Laman Trip.

Kostenstijgingen vaker doorberekend binnen mkb dan grootbedrijf

Het merendeel van de ondernemers binnen het midden- en kleinbedrijf (mkb) berekent de stijgende grondstofkosten door aan klanten. Ondernemers binnen het grootbedrijf doen dit minder vaak. Op korte termijn verwachten ondernemers in het middenbedrijf het vaakst prijsstijgingen en voor 2023 voorzien zij een investeringstoename. Ondernemers binnen het kleinbedrijf verwachten juist minder te investeren komend jaar. Dit meldt het CBS op basis van statistisch onderzoek voor het Jaarbericht Staat van het mkb 2022. De gegevens zijn begin oktober verzameld door het CBS in samenwerking met KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW.

Om met de kostenstijgingen van grondstoffen, energie en bedrijfsmiddelen om te gaan berekent het merendeel van de ondernemers deze stijgingen door aan klanten. 60 procent van de mkb-ondernemers gaf aan het begin van het vierde kwartaal 2022 aan dat dit de belangrijkste manier was. Binnen het grootbedrijf (250 werkzame personen of meer) doet iets meer dan de helft van de ondernemers dit. Ook proberen ondernemers kosten te besparen, bijvoorbeeld door procesoptimalisatie. 21 procent van de mkb-ondernemers gaf dit aan als belangrijkste manier, tegenover 32 procent van de ondernemers in het grootbedrijf.

Bouwnijverheid verwacht het vaakst stijgende verkoopprijzen

Aan het begin van het vierde kwartaal 2022 verwachtte per saldo 47 procent van de ondernemers stijgende verkoopprijzen voor de komende drie maanden. Ondernemers binnen de bouwnijverheid verwachtten dit het vaakst; in het kleinbedrijf (5 tot 50 werkzame personen) en middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen) ruim 70 procent en in het grootbedrijf 82 procent. Ook in de handel verwachtten ondernemers binnen alle grootteklassen dit relatief vaak. In de horeca is het verschil tussen grootteklassen het grootst; bij het kleinbedrijf voorzag per saldo 47 procent een stijging, voor het grootbedrijf was dit 20 procent. Ondernemers binnen de bedrijfstak verhuur en handel van
onroerend goed verwachtten het minst vaak een prijsstijging. Bij het kleinbedrijf werd per saldo zelfs een daling van de verkoopprijzen verwacht.

Ondernemers in kleinbedrijf voorzien investeringsafname in 2023

In het laatste kwartaal van elk jaar worden in de Conjunctuurenquête de verwachtingen van ondernemers voor komend jaar uitgevraagd. Van het totale niet-financiële bedrijfsleven verwacht per saldo 3 procent van de ondernemers meer te investeren in 2023 dan in het huidige jaar. Vooral in het grootbedrijf zijn ondernemers per saldo positief; 21 procent verwacht een toename, 8 procent verwacht een afname. Ook in het middenbedrijf zijn er meer ondernemers die een toename van de investeringen verwachten in 2023 dan een afname, per saldo 4 procent. Ondernemers in het kleinbedrijf verwachten juist minder te investeren; per saldo 5 procent voorziet een investeringsafname voor 2023.

Mkb-ondernemers investeren vooral in technologie voor toekomstbestendigheid

Om toekomstbestendig te blijven investeren mkb-ondernemers vooral in technologie, zoals automatisering en digitalisering. Bijna 29 procent van de ondernemers gaf aan het begin van het vierde kwartaal 2022 aan dat dit hun belangrijkste investering was om toekomstbestendig te blijven. Ook investeert bijna een kwart van de ondernemers hoofdzakelijk in hun personeel met het oog op de toekomst, voor duurzaamheid was dit iets minder dan een kwart.
Mkb-ondernemers investeren minder vaak om toekomstbestendig te blijven dan ondernemers binnen het grootbedrijf. 11 procent van de mkb’ers gaf aan helemaal niet te investeren met dit doeleinde, bij het grootbedrijf was dit slechts 3 procent. Vooral investeringen in duurzaamheid zijn binnen het grootbedrijf vaker de belangrijkste investering.

Middenbedrijf investeert vaker in technologie dan kleinbedrijf

Binnen het mkb investeert het middenbedrijf vaker dan het kleinbedrijf met het oog op de toekomst, 94 procent tegenover 86 procent. In beide grootteklassen investeren ondernemers het vaakst hoofdzakelijk in technologie. In het middenbedrijf investeren vooral ondernemers in de bedrijfstak vervoer en opslag in technologie, daar gaf bijna de helft van de ondernemers dit aan. Bij het kleinbedrijf investeren groothandelaren het vaakst in technologie. Horecaondernemers en bouwondernemers investeerden zowel bij het midden- als kleinbedrijf het minst vaak in technologie zoals automatisering of digitalisatie.