De ondernemers van 2020

In 2020 waren er 21,1 miljoen ondernemers actief in Nederland. Daarvan was meer dan de helft een man. In de periode 2015 tot en met 2020 is het totaal aantal ondernemers met 21 procent toegenomen. In dezelfde periode steeg het aantal vrouwelijke ondernemers met bijna 25 procent net iets harder, hierdoor bleef het aandeel vrouwelijke ondernemers (ongeveer 35 procent) in deze jaren gelijk. Vooral in de overige persoonlijke dienstverlening (84 procent) en welzijnszorg (80 procent) was het aandeel vrouwelijke ondernemers hoog. Dit meldt het CBS op de Staat van het mkb.

Helft van ondernemers is hoogopgeleid

Van de ondernemers waarvan het onderwijsniveau bekend was, had precies de helft een hbo of wo diploma op zak. Voor 38 procent van de ondernemers (waarvan onderwijsniveau bekend) betrof de hoogst genoten opleiding een mbo-2 tot mbo-4 opleiding of het havo/vwo. Het onderwijsniveau was voor 12 procent van de ondernemers in Nederland laag. Dit omvat het onderwijs op het niveau van basisonderwijs, vmbo, onderbouw havo/vwo of mbo-1.

Oudere ondernemers leiden relatief vaker grotere bedrijven

De meeste ondernemers waren in 2020 tussen de 45 en 65 jaar oud. Over het algemeen geldt dat grotere bedrijven relatief vaker worden geleid door ondernemers in deze leeftijdscategorie dan door jongere ondernemers. In bedrijfsgrootte 50 tot 250 werkzame personen betrof 65 procent een ondernemer van 45 tot 65 jaar. Voor bedrijven groter dan het midden en kleinbedrijf (mkb) was dit 57 procent.

13 procent van het totaal aantal ondernemers behoorde tot de jong ondernemers, dat zijn de ondernemers tot 30 jaar. Jonge ondernemers behaalden het grootste aandeel in de branche film- en tv-productie (geluidsopname) met 33 procent. Ook in de sector post en koeriers en huishoudproductie voor eigen gebruik waren relatief veel jonge ondernemers actief, in beide sectoren 29 procent.

Een op de vier ondernemers in Nederland heeft een migratieachtergrond

Bijna een op de vier ondernemers had in 2020 een migratieachtergrond. In 2015 was dit nog net geen een op de vijf. Ook het totaal aantal ondernemers met migratieachtergrond is in de periode 2015 tot 2020 met 51 procent toegenomen. Van de ondernemers met migratieachtergrond in 2020 had iets meer dan de helft een niet-westerse achtergrond.

Ondernemers met een migratieachtergrond zijn relatief vaker vertegenwoordigd bij de kleine bedrijven. Zo had een op de vier ondernemers werkzaam bij een bedrijf met één werkzaam persoon een migratieachtergrond. Bij ondernemers werkzaam bij een bedrijf met 50 tot 250 werkzame personen had ongeveer een op de acht ondernemers een migratieachtergrond.

In de branche post en koeriers waren relatief de meeste ondernemers met een migratieachtergrond. In 2020 was dit 64 procent. Ook in de sanering en overige afvalbeheer, vervoer over land en beveiliging- en opsporingsdiensten waren relatief veel ondernemers met een migratieachtergrond. In 2020 was dit voor al deze branches iets meer dan de helft van ondernemers.

Bekijk de cijfers over ondernemerskenmerken.

Een kwart meer vacatures in het MKB

Aan het eind van het eerste kwartaal dit jaar stonden er 136,8 duizend vacatures open in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Dat was 55 procent van alle openstaande vacatures op dat moment in Nederland. Het aantal openstaande vacatures in het MKB is ruim 23 procent hoger dan eind eerste kwartaal 2020. Dit meldt het CBS in De Staat van het MKB.

Bij het grootbedrijf (250 of meer werkzame personen) stonden in het eerste kwartaal 2021 bijna 112 duizend vacatures open, daarmee is het aantal vacatures in het grootbedrijf nagenoeg gelijk gebleven in vergelijking met het eerste kwartaal een jaar eerder. In het middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen) nam het aantal openstaande vacatures met ruim 20 procent toe tot 45 duizend eind eerste kwartaal 2021. In het kleinbedrijf (minder dan vijftig werkzame personen) stonden aan het einde van het eerste kwartaal bijna 92 duizend vacatures open, waarvan bijna 46 duizend bij de micro bedrijven (tot tien werkzame personen). Het aantal vacatures bij deze microbedrijven steeg met 30 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 2020.

Hiermee kwam het totaal aantal openstaande vacatures in Nederland aan het einde van het eerste  kwartaal uit op bijna 249 duizend, bijna 27 duizend meer dan het eerste kwartaal van vorig jaar.

Meeste MKB-vacatures in de zakelijke dienstverlening

Eind eerste kwartaal 2021 stonden de meeste MKB-vacatures open in de zakelijke dienstverlening. Met ruim 28 duizend vacatures was de zakelijke dienstverlening verantwoordelijk voor bijna 21 procent van alle openstaande MKB-vacatures. Ook in de handel stonden relatief veel vacatures open eind eerste kwartaal 2021, namelijk bijna 24 duizend dat is 17 procent van alle openstaande MKB-vacatures.

De minste MKB-vacatures, ruim 5 duizend (bijna 4 procent van totaal aantal MKB-vacatures) stonden open in de cultuur, recreatie en overige diensten.

Grootste vacaturegroei in de bouw

In de bouw stonden er eind eerste kwartaal van dit jaar bijna 14 duizend MKB-vacatures open, bijna 43 procent meer dan eind eerste kwartaal 2020. In geen enkele andere bedrijfstak groeide het aantal vacatures in deze periode zo sterk. Bijna 71 procent van de MKB-vacatures in de bouw stonden open in het klein bedrijf. In totaal stonden er in het micro bedrijf ruim 5 duizend vacatures open in de bouw, dat is bijna 39 procent van alle MKB-vacatures in de bouw.

Bekijk het aantal (MKB-)vacatures naar bedrijfstak en bedrijfsgrootte in Nederland.

 

MKB-ondernemersvertrouwen voor het eerst sinds begin coronacrisis weer positief

Het MKB-ondernemersvertrouwen is in het tweede kwartaal 2021 gestegen van -4,3 naar +4,3. Het vertrouwen van MKB-ondernemers is daarmee voor het eerst sinds het begin van de coronacrisis weer positief. In de horeca en de verhuur en handel in onroerend goed zijn MKB-ondernemers nog wel negatief gestemd. In de andere zes sectoren is het MKB-ondernemersvertrouwen positief. Dat meldt het CBS vandaag op het Staat van het MKB.

Het ondernemersvertrouwen van MKB-ers is hoger dan het gemiddelde van het bedrijfsleven. Voor het hele bedrijfsleven ligt het ondernemersvertrouwen in het tweede kwartaal 2021 op 2,3. Dat is 2 punten lager dan het MKB-ondernemersvertrouwen. Het vertrouwen van ondernemers in het kleinbedrijf (tot 50 werkzame personen) ligt het laagst, namelijk op 0,5.

MKB-ondernemersvertrouwen in bijna alle sectoren gestegen

Het vertrouwen is in zeven van de acht sectoren gestegen. Alleen in de verhuur en handel van onroerend goed is het ondernemersvertrouwen gedaald van +1,6 in het eerste kwartaal naar -1,3 in het tweede kwartaal van 2021. MKB-ondernemers in de horeca waren dit kwartaal het somberst. Het MKB-ondernemersvertrouwen lag in die sector op -36,3. Een stijging ten opzichte van het voorgaande kwartaal, toen lag het MKB-ondernemersvertrouwen nog op -60,9.

MKB-ondernemersvertrouwen hoogst in bouwnijverheid

In het tweede kwartaal 2021 is het MKB-ondernemersvertrouwen in zes van de acht sectoren positief. Een kwartaal eerder was dat slechts voor drie van de acht sectoren het geval.

Het meest positief zijn MKB-ondernemers in de bouwnijverheid. In die sector ligt het ondernemersvertrouwen op 14,2. Dat is 3,6 punten hoger dan het kwartaal ervoor.

Samenstelling ondernemersvertrouwen

Het MKB-ondernemersvertrouwen geeft de stemming van Nederlandse MKB-ondernemers weer. Per bedrijfstak wordt het ondernemersvertrouwen samengesteld op basis van vragen over recente ontwikkelingen en verwachtingen van de ondernemers zoals bijvoorbeeld de omzetontwikkeling. Deze vragen worden gesteld in de Conjunctuurenquête Nederland (COEN).

Het ondernemersvertrouwen Nederland wordt vervolgens samengesteld uit een gewogen gemiddelde van het vertrouwen per bedrijfstak. Het ondernemersvertrouwen geeft een indicatie van de richting waarin de Nederlandse economie zich naar verwachting zal ontwikkelen.

De nieuwste resultaten van de Conjunctuurenquête Nederland voor het MKB zijn beschikbaar in MKB-StatLine, net als het MKB-Ondernemersvertrouwen.

Begin 2021 meer oprichtingen dan opheffingen in het mkb

Begin 2021 werden er bijna 57 duizend bedrijven opgericht. Daarmee is het aantal oprichtingen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar nagenoeg hetzelfde gebleven. Het aantal opgerichte bedrijven was in het eerste kwartaal van 2021 aanzienlijk hoger dan het aantal bedrijfsopheffingen (ruim 30 duizend) in dezelfde periode. Alle oprichtingen en opheffingen betroffen een mkb-onderneming. Dat meldt het CBS op het Staat van het MKB. Het huidige artikel dient als een verdieping op “Minder bedrijven opgeheven in het eerste kwartaal 2021”.

Het grootste gedeelte van het totaal aantal oprichtingen betrof een bedrijf met één of minder werkzame personen (92 procent). In het afgelopen jaar was dit aandeel nagenoeg gelijk. Verder werden er in het eerste kwartaal van 2021 bijna 4,5 duizend bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen en 55 bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen opgericht. De meeste bedrijfsoprichtingen waren te vinden in de detailhandel (geen winkel of markt), namelijk 7270.

30 duizend opheffingen

Er werden meer dan 30 duizend bedrijven opgeheven in het eerste kwartaal van 2021. Dat zijn er ruim 9 duizend minder dan in het eerste kwartaal van 2020. Het aantal bedrijfsopheffingen met meer dan één werkzame persoon was het eerste kwartaal van 2021 met 4 655 iets lager dan in hetzelfde kwartaal van 2020 (5060). Daarmee steeg het aandeel bedrijfsopheffingen met meer dan één werkzame persoon van 13 naar 15 procent. In totaal betroffen 4 370 opheffingen een bedrijf met 2 tot 10 werkzame personen, 245 een bedrijf met 10 tot 50 werkzame personen en 45 een bedrijf met 50 tot 250 werkzame personen. De meeste bedrijfsopheffingen waren te vinden bij de detailhandel (geen winkel of markt), namelijk 2445, en de managementadviesbureaus, namelijk 2340.

Bekijk de cijfers over oprichtingen en opheffingen in het mkb.

Merendeel van de horecabedrijven ziet de omzet dalen in vierde kwartaal 2020

Op MKB-Statline zijn nieuwe cijfers over het aantal bedrijven met een stijgende en dalende omzet in 2020 gepubliceerd. De cijfers geven aan bij welk percentage van de ondernemers de omzet is gestegen, dan wel gedaald ten opzichte van hetzelfde kwartaal in het voorgaande jaar. Een opvallende bedrijfstak is de horeca met 56 procent per saldo meer dalers t.o.v. stijgers in het vierde kwartaal 2020. Bij de andere bedrijfstakken was dit verschil lang niet zo groot.

In het laatste kwartaal van 2020 was het percentage horecabedrijven met een omzetdaling ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder, relatief hoog. Zo daalde bij 78 procent van de horecabedrijven de omzet en behoorde 66 procent van de horecabedrijven tot de snelle dalers. Snelle dalers zijn de bedrijven waarvan de omzet met meer dan 20 procent is gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Meer dan 1 op de vijf horecabedrijven (22 procent) zag de omzet stijgen.

Hoogste percentage horecabedrijven met omzetdaling in tweede kwartaal 2020

Ook in de andere kwartalen van 2020 zag het merendeel van de horecabedrijven de omzet dalen. Dit percentage was met 82 procent het hoogste in het tweede kwartaal van 2020. Toen werden de verscherpte maatregelen om het corona-virus tegen te gaan aangekondigd en moesten eet- en drinkgelegenheden en logiesverstrekkingen worden gesloten. 72 procent van de horecabedrijven met 1 of meer werkzame personen behoorde in deze periode dan ook tot de snelle dalers. Bij de horecabedrijven met 1 werkzame persoon lag dit percentage lager. Bij deze bedrijven zag 77 procent de omzet dalen in het tweede kwartaal 2020 en behoorde 68 procent tot de snelle dalers.

Bekijk hier de cijfers over de omzetontwikkeling 

 

ICT-incidenten in het MKB, 2019

In 2019 kreeg 30 procent van de bedrijven met 2 tot 250 werkzame personen te maken met een ICT-veiligheidsincident. ICT-veiligheidsincidenten betreffen zowel onbedoelde incidenten als incidenten door een aanval van kwaadwillenden. Bij 7 procent van de bedrijven betroffen één of meerdere ICT-veiligheidsincidenten een aanval van buitenaf. Bovengenoemde percentages geven geen verandering weer ten opzichte van 2018. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van voorlopige cijfers op de Staat van het MKB.

Middenbedrijven (50 tot 250 werkzame personen) kregen in 2019 relatief gezien het vaakst te maken met ICT-veiligheidsincidenten. Wel lag het aandeel lager dan in 2018. Voor minder dan de helft van de middenbedrijven die te maken hadden met een ICT-incident waren hier kosten aan verbonden. Binnen het microbedrijf (2 tot 10 werkzame personen) vonden de minste ICT-veiligheidsincidenten plaats.

Bij 12 procent van de middenbedrijven is in 2019 een ICT-incident voorgevallen dat veroorzaakt werd door een aanval van buitenaf. Het aandeel van het microbedrijf lag hier een stuk lager: 6 procent van de microbedrijven (2 tot 10 werkzame personen) stuitte op een incident veroorzaakt door een aanval van buitenaf. Voor het kleinbedrijf (10 tot 50 werkzame personen) lag dit aandeel op negen procent.

Uitval ICT-dienst meest voorkomende ICT-incident

In 2019 was veruit het meest voorkomende ICT-veiligheidsincident de uitval van een ICT-dienst door bijvoorbeeld een storing in hardware of software. Dit kwam bij 27 procent van de MKB-bedrijven voor. Voor bijna één derde van MKB-bedrijven die hiermee te maken had, waren hier kosten aan verbonden.

De overige ICT-veiligheidsincidenten komen een stuk minder vaak voor. Een aanval van buitenaf leidde bij 5 procent van de MKB-bedrijven tot uitval van een ICT-dienst en in 2 procent van de gevallen tot vernietiging van data. Overige oorzaken zijn vernietiging van data door bijvoorbeeld een storing (4 procent) en onthulling van gegevens door een ICT-inbraak (2 procent) of een intern incident (2 procent).

Bekijk hier de cijfers over ICT-incidenten in het MKB.

Historisch laag aantal faillissementen in het MKB, vierde kwartaal 2020

Sinds 2011 waren er niet eerder zo weinig faillissementen als in het vierde kwartaal 2020. In totaal werden er 472 bedrijven in het MKB failliet verklaard, dat zijn 301 faillissementen minder dan in dezelfde periode vorig jaar (-40%). Het merendeel van de faillissementen betrof een bedrijf met één werkzaam persoon (252 faillissementen), gevolgd door bedrijven met twee tot tien werkzame personen (180 faillissementen). Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op de Staat van het MKB.

Het aantal faillissementen in het vierde kwartaal was in de laatste 10 jaar niet eerder zo laag. In het vierde kwartaal van 2013 gingen de meeste MKB-bedrijven failliet, namelijk 1 803. In de jaren daarop daalde het aantal faillissementen gestaag tot 686 in het vierde kwartaal van 2017. Na een stijging in 2018 en 2019 zakt het aantal faillissementen in het vierde kwartaal 2020 tot het laagste aantal sinds 2011.

Meeste faillissementen in de handel

De meeste faillissementen (106) vielen in de handel. In dezelfde periode vorig jaar, het vierde kwartaal 2019, waren er in deze bedrijfstak bijna twee keer zoveel faillissementen, namelijk 210. Waar het aandeel in het totaal aantal faillissementen toen 27 procent was, is dit in het vierde kwartaal van 2020 nog 22 procent. Dit komt doordat het totaal aantal faillissementen minder hard daalde dan het aantal faillissementen in de handel. Van de faillissementen in de handel betrof bijna de helft een bedrijf in de groothandel en handelsbemiddeling (49 faillissementen). De andere helft betrof een bedrijf in de detailhandel (niet in auto’s; 48 faillissementen).

Ook in de bouwnijverheid vielen relatief veel faillissementen. In het vierde kwartaal van 2020 waren dat 100 bouwbedrijven, dat zijn 43 bouwbedrijven minder dan in het vierde kwartaal een jaar eerder.

Sterkste daling in handel en specialistische zakelijke diensten

In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, nam het aantal faillissementen het sterkste af in de handel. Ook in de specialistische zakelijke diensten nam het aantal faillissementen sterk af tot 60 faillissementen in het vierde kwartaal 2020, dat zijn er 47 minder dan een jaar eerder.

In geen enkele branche nam het aantal faillissementen toe.

Bedrijfsleeftijd en betrokken personen

Van de failliet verklaarde bedrijven in het vierde kwartaal van 2020 bestond meer dan 28 procent nog geen drie jaar. Dat waren 134 bedrijven. De gemiddelde leeftijd van het totaal aantal failliet verklaarde bedrijven was bijna 9 jaar.

Bij de 472 faillissementen in het vierde kwartaal 2020 waren 1741 werkzame personen betrokken. Dat is bijna 65 procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar, toen waren er 4901 werkzame personen betrokken bij een faillissement.

Bekijk hier de cijfers over de bedrijfsleeftijdbedrijfstak en bedrijfsgrootte van de failliet verklaarde bedrijven in Nederland.

Wekelijkse faillissementen tot en met week 53 van 2020

In week 53 zijn 32 bedrijven en instellingen (incl. eenmanszaken) failliet verklaard, meldt het CBS. Dat zijn er evenveel als een week eerder, toen werden er ook 32 bedrijven failliet verklaard. Het grootste aantal faillissementen betrof een bedrijf of instelling (incl. eenmanszaken) met 1 werkzaam persoon.

Het CBS brengt tijdens de coronacrisis wekelijks de ontwikkeling van het aantal door rechtbanken uitgesproken faillissementen in beeld. Doorgaans zullen de cijfers op donderdag 12.00 uur gepubliceerd worden. De Staat van het MKB houdt u op de hoogte.

In de 53 weken van 2020 zijn 3212 bedrijven en instellingen (incl. eenmanszaken) failliet verklaard. Dat zijn er 573 minder dan in dezelfde periode van 2019, toen stond de teller op 3785.

Het hoogste aantal faillissementen bij bedrijven met 1 werkzaam persoon

In week 53 van 2020 betrof 53 procent van de faillissementen een bedrijf en instelling (incl. eenmanszaken) met 1 werkzaam persoon. In totaal waren dat 17 faillissementen. Daarnaast waren er 12 faillissementen in de bedrijfsgrootte 2 tot 10 werkzame personen en 1 in de bedrijfsgrootte 10 tot 50 werkzame personen.

Meeste faillissementen in detailhandel

De detailhandel had van alle onderscheiden branches de meeste faillissementen, namelijk 11. Dat zijn er 10 meer dan in week 52. Verder zijn in de groothandel 6 bedrijven failliet gegaan, 1 meer dan in de voorgaande week. In de bouwnijverheid zijn 4 bedrijven failliet gegaan, 3 meer dan in week 52.

Samenvatting week 52

Een week eerder, week 52 van 2020, werden er in totaal 32 faillissementen uitgesproken. Dat zijn 16 faillissementen minder dan een week eerder. Het merendeel (15 faillissementen) betrof een bedrijf en instelling (incl. eenmanszaak) met 1 werkzaam persoon. Verder werden er deze week nog 12 bedrijven en instellingen (incl. eenmanszaken) met 2 tot 10 werkzame personen en 4 met 10 tot 50 werkzame personen failliet verklaard.

In week 52 vonden de meeste faillissementen plaats in de groothandel (5 faillissementen).  

Tussen de aanvraag en het uitspreken van een faillissement kunnen enkele weken zitten. Vanaf week 14 houden de rechtbanken de rekesten (als een andere partij de rechter verzoekt om een bedrijf failliet te laten verklaren) voor ten minste vier weken aan, tenzij er sprake is van spoed. Daarnaast is door het kabinet een noodpakket voor economie en banen opgezet om bedrijven zoveel mogelijk te ondersteunen. De cijfers in dit artikel zijn voorlopig en worden wekelijks bijgesteld.

Bekijk hier de cijfers over wekelijkse faillissementen.

10 procent meer vacatures in MKB

Aan het einde van het derde kwartaal 2020 stonden er ruim 113 duizend vacatures open in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Dat was op dat moment iets meer dan de helft van het totaal aantal vacatures in Nederland. Het aantal openstaande vacatures nam met 10 procent toe in vergelijking met een kwartaal eerder, toen stonden er ruim 103 duizend vacatures open in het MKB. Dit meldt het CBS in De Staat van het MKB.

Zowel in het middenbedrijf (50 tot 250 werkzame personen) als in het kleinbedrijf (minder dan 50 werkzame personen) nam het aantal openstaande vacatures ten opzichte van het tweede kwartaal 2020 toe. In het middenbedrijf steeg het aantal vacatures het sterkst met ruim 12 procent. In het kleinbedrijf nam het aantal vacatures toe met ruim 9 procent tot 75 duizend vacatures. Hiermee kwam het totaal aantal openstaande vacatures in het MKB aan het einde van het derde kwartaal uit op 113 duizend, 10 procent meer dan in het tweede kwartaal van vorig jaar (103 duizend). Daarmee heeft het aantal openstaande vacatures in het MKB zich weer hersteld na de dip in het tweede kwartaal. (108,5 duizend vacatures).

Grootste toename in aantal openstaande vacatures cultuur, recreatie en overige diensten

De toename van het aantal vacatures in het derde kwartaal van 2020 is zichtbaar in alle bedrijfstakken. In cultuur, recreatie en overige diensten, de bedrijfstak met de minste MKB-vacatures, nam het aantal vacatures procentueel het sterkst toe. In vergelijking met het tweede kwartaal 2020 nam het aantal openstaande vacatures in deze bedrijfstak met bijna 26 procent toe tot ruim 4 duizend openstaande vacatures. Ook in de bedrijfstak handel nam het aantal openstaande vacatures met ruim 14 procent sterk toe. In gezondheids-en welzijnszorg nam het aantal openstaande vacatures het minste toe. In deze bedrijfstak steeg het aantal openstaande vacatures met bijna 7 procent tot ruim 11 duizend openstaande vacatures. Hiermee laten de meeste bedrijfstakken in het derde kwartaal een herstel zien na de afname van het aantal vacatures in het tweede kwartaal 2020. Enkel in de gezondheids-en welzijnszorg nam het aantal openstaande vacatures in beide kwartalen toe.

Bekijk de nieuwste cijfers over vacatures in het MKB

Nieuwe tabel bedrijvendynamiek MKB

Deze maand is er op MKB-StatLine een nieuwe tabel verschenen met cijfers over de bedrijvendynamiek en overleving van bedrijven in het midden- en kleinbedrijf en de werkgelegenheidseffecten daarvan.

In de nieuwe tabel is het mogelijk om de oprichtingen en opheffingen van bedrijven te relateren aan de totale bedrijvenpopulatie. Dit wordt de “Churn rate” genoemd of te wel de verversingsgraad van de bedrijvenpopulatie. Ook wordt de overleving van de pas opgerichte bedrijven in 3 en 5 jaar na oprichting weergegeven. De gegevens zijn beschikbaar vanaf 2011 en kunnen worden uitgesplitst naar bedrijfstakken.

Bekijk de nieuw tabel: Bedrijvendynamiek MKB; overleving, bedrijfstakken (SBI 2008)